Mag een werkgever een mondkapjesplicht invoeren?

mr. R van den Brink
mr. R van den Brink

Het heersende  coronavirus houdt onze hele maatschappij in de greep met onder meer afgekondigde maatregelen die we in ons land nooit eerder hebben meegemaakt en met rampzalige gevolgen voor veel personen en bedrijven. Van ons wordt veel verwacht. Zo wordt bijvoorbeeld van werkgevers verwacht dat zij tegenover hun werknemers maatregelen treffen om te voorkomen dat het virus zich verspreidt. Dan rijst natuurlijk direct de vraag of een werkgever zijn werknemer ook mag verplichten om een mondkapje te dragen. Medio vorige maand werd hierover in een kort geding door de rechtbank in Utrecht een uitspraak gedaan.

Wat was er aan de hand? De werkgever heeft een patisserie/chocolaterie/ijssalon met meerdere vestigingen. De werknemer in kwestie brengt met een busje de goederen rond tussen de vestigingen en haalt ook goederen op bij leveranciers. In oktober 2020 had de werkgever een mondkapjesplicht binnen het bedrijf ingevoerd. Deze werknemer moest het mondkapje overigens alleen dragen op de momenten dat hij zich in de bedrijfspanden bevond. Dat kwam neer op slechts 10% tot 20% van zijn werktijd. Hij hoefde het mondkapje namelijk niet in de bedrijfsbus te dragen. De werknemer weigerde het mondkapje te dragen, ook nadat hij daarop was aangesproken. Vervolgens is de werknemer geschorst en is de betaling van zijn loon opgeschort. Hij zou weer loon krijgen, zo liet de werkgever hem weten, als hij schriftelijk zou verklaren dat hij tijdens het werk het mondkapje zou dragen. Desondanks bleef de werknemer weigeren. De werknemer gaf te kennen het niet eens te zijn met de schorsing en de opschorting van zijn loon en stapte naar de rechter.

De werkgever stelde zich in de procedure op het standpunt dat hij op grond van de wet de bevoegdheid heeft redelijke instructies aan zijn werknemers te geven, waarbij deze specifieke instructie juist strekte ter bevordering van de veiligheid en gezondheid van het personeel. De werknemer erkende weliswaar dat een werkgever een instructierecht heeft, maar vond dat de opgelegde verplichting om een mondkapje te dragen niet redelijk was. Het dragen van een mondkapje veroorzaakt hinder, ongemak en gezondheidsrisico’s, zonder dat hier zwaarwegende belangen tegenover staan, waarbij de mondkapjesplicht ook nog eens inbreuk maakt op zijn persoonlijke levenssfeer, zo voerde de werknemer aan. 

De vraag die de rechtbank in deze zaak moest beantwoorden was of de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer in dit geval gerechtvaardigd was. Voor het beantwoorden van die vraag moest weer worden onderzocht of de instructie een legitiem doel dient en of de mondkapjesplicht een geschikt middel is om dat doel te bereiken. De rechtbank stelde vast dat een werkgever de verplichting heeft om de belangen van werknemers te beschermen door te zorgen voor een veilige werkomgeving. Dat heeft weer tot gevolg dat de werkgever verplicht is maatregelen te nemen ter voorkoming van besmetting met het coronavirus. Daarmee kwam de rechter tot het oordeel dat de mondkapjesplicht terecht door de werkgever was ingevoerd. De werkgever mocht daarmee van de rechter de loonbetaling blijven opschorten en  de toegang tot het werk blijven ontzeggen, zolang de werknemer niet bereid is de instructie op te volgen. Dit oordeel van de rechtbank werd ook ingegeven door het feit dat de werknemer zelfs tijdens de zitting bleef volharden in zijn weigering  om een mondkapje te dragen.

Uit de uitspraak blijkt dus dat het opleggen van de verplichting een mondkapje te dragen in beginsel binnen het wettelijke instructierecht van de werkgever valt.

Heeft u vragen, neem dan gerust contact met ons op.

Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.