Het recht om afscheid te mogen nemen

mr. M.R. Vossen
mr. M.R. Vossen

De impact van ernstig verstoorde familieverhoudingen kan gigantisch zijn. Een recent voorbeeld vond ik in een ‘spoed-kort-gedingvonnis’ van 23 oktober 2020 van Rechtbank Overijssel.

Partijen, Eva en Ilse (fictieve namen), zijn elkaars zus. Eva heeft Ilse in kort geding gedagvaard. Hun 90-jarige vader ligt op dat moment in kritieke toestand in het ziekenhuis. Hij heeft corona en zal daar binnen enkele dagen aan overlijden. Kennelijk krijgt Eva geen informatie en toegang over/tot haar vader. Ilse is op grond van een levenstestament (notariële volmacht) de vertegenwoordiger van vader. Daarnaast heeft vader Ilse t.b.v. het ziekenhuis aangewezen als eerste contactpersoon.

Eva vordert o.a. dat Ilse wordt veroordeeld om Eva ‘met onmiddellijke ingang volledig op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen aangaande de gezondheidstoestand van haar vader’, verzwaard met een dwangsom.

Bij de Skype-zitting op 21 oktober 2020 is Ilse zelf niet aanwezig, maar laat zij haar advocaat het woord voeren. Kennelijk valt het haar zwaar om met Eva te communiceren. Partijen spreken ter zitting af dat Eva diezelfde dag nog vader mag bezoeken. De zitting wordt daarom de volgende dag voortgezet. Hoewel Eva een laatste gesprek met vader heeft kunnen voeren, houdt zij vast aan genoemde vordering. Eva wil zekerstellen dat zij op de hoogte wordt gesteld van het overlijden van vader. Zij wil een herhaling voorkomen van de situatie rondom het overlijden van moeder, van wie zij niet bij de uitvaart aanwezig kon zijn. Ilse voert verweer. Zij stelt dat ze bereid is om informatie te verstrekken. Dat Eva niet bij de begrafenis van moeder kon zijn, kwam volgens Ilse doordat Eva zelf bijzondere eisen stelde, waaraan niet tegemoet kon worden gekomen.

Volgens de rechter is wel duidelijk dat dat het bepaald niet botert tussen partijen. Ilse vervult als vertegenwoordiger een cruciale rol in de communicatie ‘naar buiten’ over de gezondheidstoestand van vader. Er zijn volgens de rechter geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat Ilse uit zichzelf enige informatie over vader heeft verschaft aan Eva. Evenmin heeft de rechter uit de mond van Ilse kunnen horen dat zij onvoorwaardelijk bereid is om Eva tijdig op de hoogte te stellen van het overlijden van vader. Aldus blijft de dreiging bestaan dat Ilse nalaat om Eva daarvan op de hoogte te stellen, hetgeen volgens de rechter een dreiging van mogelijk onrechtmatig handelen inhoudt.

Eva heeft volgens de rechter een gerechtvaardigd belang om afscheid van vader te kunnen nemen. Daar valt ook onder, het tijdig te weten krijgen wanneer vader is overleden. Dit recht wordt in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) gewaarborgd in artikel 8, dat recht geeft op het uitoefenen van ‘family life’. Gelet op dit belang van Eva en de onomkeerbare gevolgen die het heeft wanneer Eva de mogelijkheid wordt ontnomen om afscheid te nemen van haar overleden vader, wijst de rechter de vordering van Eva grotendeels toe. Op 23 oktober 2020 volgt het vonnis: Ilse wordt veroordeeld om binnen 12 uur na het tijdstip van overlijden van vader, Eva daarvan op de hoogte te stellen op last van een dwangsom van € 1.000,-- per dag (tot max. € 5.000,--).

Het is goed dat ons rechtssysteem mogelijkheden biedt om in zeer spoedeisende gevallen al binnen enkele dagen een vonnis te verkrijgen. In dit geval biedt het een noodoplossing voor de ruziënde zussen, die daardoor allebei afscheid van hun vader kunnen nemen. Nog beter zou natuurlijk zijn om te voorkomen dat je in dergelijke situaties terechtkomt. Mediation zou daar een prachtig middel voor zijn.

 

Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.