Geld verzwijgen bij een verdeling

mr. M.R. Vossen
mr. M.R. Vossen

Een onderwerp dat ik als advocaat zowel in het familierecht als in het erfrecht tegen kom, is het verzwijgen van vermogen bij een verdeling, bijvoorbeeld de verdeling na echtscheiding of de verdeling van een nalatenschap. Aan het verzwijgen kleeft een zware sanctie: je raakt jouw aandeel in het verzwegen vermogen kwijt.

Een recent voorbeeld geeft een uitspraak van Rechtbank Overijssel van 9 december 2020 in een nalatenschapskwestie. Twee ouders hebben in totaal € 10.000,--  aan één van hun kinderen betaald. Het betreffende kind noemt dit het ‘noodfonds’, omdat het geld volgens haar bedoeld was om toekomstige onkosten van de ouders dan wel hun nalaten­schappen te betalen.

Na het overlijden van de ouders trad het betreffende kind op als executeur in de nalatenschappen van de ouders. In de eerste boedelbeschrijvingen werd het noodfonds echter niet genoemd. De overige erfgenamen stellen dat het noodfonds geld van de ouders is en dus verdeeld had moeten worden. Zij beschuldigen hun zus ervan het noodfonds opzettelijk te hebben verzwegen. Om die reden stellen zij dat de zus het noodfonds volledig moet terugbetalen aan de nalaten­schap en dat zij daar zelf geen recht meer op heeft.

De zus stelt dat zij niets heeft verzwegen. Ze heeft het geld van haar ouders gekregen en dus meende zij dat het haar eigen geld is geworden (met als doel om de onkosten van de ouders te kunnen betalen). Het geld behoort dus niet tot de nalatenschap en hoeft niet te worden verdeeld. Bovendien heeft ze het noodfonds gebruikt voor kosten die anders door de ouders zelf (dan wel vanuit hun nalatenschappen) betaald hadden moeten worden. De zus heeft alle uitgaven bijgehouden en kan deze dus verantwoorden. Zo is een deel van het noodfonds gebruikt voor o.a. het onderhouden en leegruimen van de woning van de ouders.

De wettelijke regeling is te vinden in art. 3:194 lid 2 Burgerlijk Wetboek: Een deelgenoot die opzettelijk tot de gemeenschap behorende goederen verzwijgt, zoekmaakt of verborgen houdt, verbeurt zijn aandeel in die goederen aan de andere deelgenoten. Als twee mensen van elkaar scheiden en de man € 10.000,-- gezamenlijk geld verzwijgt en buiten de verdeling houdt, dan is de sanctie dat dit bedrag alsnog moet worden verdeeld en dat de man zijn aandeel in dat bedrag verbeurt (lees: kwijtraakt) aan de vrouw.

Rechtbank Overijssel heeft de vorderingen van de erfgenamen afgewezen. Een belangrijk argument daarvoor is ingegeven door een arrest van de Hoge Raad uit 2017: voor een geslaagd beroep op bovengenoemde bepaling is niet vereist dat de deelgenoot ‘behoorde te weten’ dat het geld tot de nalatenschap behoort; het gaat erom of de deelgenoot ‘daadwerkelijk wist’ dat het geld tot de nalatenschap behoorde. In het onderhavige geval volgt de rechtbank de zus in haar stelling dat zij die wetenschap niet had, omdat zij meende dat het geld van de ouders haar eigen geld is geworden (t.b.v. het voldoen van onkosten van de ouders). Zij heeft het noodfonds (aantoonbaar) gebruikt voor het voldoen van onkosten van de ouders, dan wel kosten die anders uit de nalatenschappen van de ouders betaald moesten worden. Wat ook meeweegt, is dat de ouders het bedrag zelf aan het betreffende kind hebben betaald.

Naar mijn mening heeft de betreffende zus er heel verstandig aan gedaan om de financiële zaken goed te administreren. Een gebrek aan duidelijkheid over financiële zaken leidt met name bij nalatenschappen erg vaak tot geschillen en procedures. Een deugdelijke administratie kan dat voorkomen.

 

Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.