Burenrecht deel II

beheer

In mijn vorige column ben ik ingegaan op diverse aspecten van het burenrecht. Daar was toen geen plaats meer voor de onderdelen vensters, balkons en scheidsmuren in het kader van het burenrecht. Deze onderwerpen komen nu wel aan bod.  

Iedere eigenaar van een erf is bevoegd dit af te sluiten volgens de wet. Dit houdt in dat u uw tuin en oprit mag afsluiten met een hekwerk of heg. Zelfs als er op uw grond een erfdienstbaarheid van weg rust, mag het perceel afgesloten worden, echter wel met dien verstande dat de tot de erfdienstbaarheid van weg bevoegde personen onbelemmerde toegang tot het perceel moeten houden en dus bijvoorbeeld in het bezit moeten worden gesteld van een sleutel.

Eigenaars van aangrenzende erven kunnen een scheidsmuur, in de volksmond schutting genoemd, oprichten. U kunt er voor kiezen deze schutting precies tegen de erfgrens aan te zetten zodat hij uw eigendom blijft, u dient dan uiteraard zelf de kosten daarvan te dragen. Het staat u ook vrij om van uw buurman te eisen dat hij meewerkt aan het bouwen van een schutting op de erfgrens. Deze schutting wordt daarmee gezamenlijk en de kosten van het oprichten en het onderhoud ervan moeten door beide buren voor gelijke delen gedragen worden. De hoogte van de schutting mag maximaal 2 meter bedragen, tenzij een plaatselijke verordening een zogenaamde APV, een andere hoogte gebied.

Ten aanzien van vensters en balkons is in de wet geregeld dat deze zich niet binnen een afstand van 2 meter van de erfgrens mogen bevinden, althans voor zover zij uitzicht geven op het naburige erf. Daarbij is in de rechtspraak van de Hoge Raad uitgemaakt dat het moet gaan om uitzicht in een rechte lijn. Immers in veel rijwoningen bevinden de ramen van de slaapkamers op de eerste verdieping zich binnen twee meter van de erfgrens en bieden schuin uitzicht op de tuin van de buren, dit is als gevolg van Hoge Raad rechtspraak geoorloofd.
De toevoeging, voor zover de vensters uitzicht geven op het naburige erf, maakt dat ondoorzichtige vensters wel geoorloofd zijn, vensters binnen twee meter van de erfgrens moeten overigens niet alleen ondoorzichtig, maar ook vaststaand zijn en dus niet geopend kunnen worden.

Overtreding van dit verbod is vanaf het moment dat het venster of balkon wordt geplaatst onrechtmatig. De buurman kan aldus direct verwijdering vorderen. Doet de buurman dit gedurende 20 jaar niet, dan is zijn vordering tot verwijdering verjaard en mag het venster of het balkon gehandhaafd blijven. Dat is niet het enige, want nadat de verjaringstermijn is voltooid, mag de buurman binnen twee meter van het bewuste venster of balkon geen werken aanbrengen die de eigenaar van het andere erf onredelijk zouden hinderen. Wat onredelijk hinderen is, is uiteraard een grijs gebied waarover discussie gevoerd kan worden.

Wat belangrijk is om te onthouden dat u zelf verantwoordelijk blijft voor de naleving van deze regels uit het burgerlijk wetboek. Indien u voor bijvoorbeeld het maken van een dakterras op uw uitbouw met plat dak een omgevingsvergunning van de gemeente hebt gekregen, bent u daarmee nog niet vrijgesteld van de hierboven besproken verboden. De gemeente geeft de omgevingsvergunning namelijk af op bestuursrechtelijke gronden en zal u wellicht wijzen op uw verplichtingen ingevolge het burgerlijk wetboek, doch ontslaat u niet uit deze verplichtingen. Een dakterras kan derhalve met omgevingsvergunning zijn gebouwd, maar vervolgens toch op vordering van de buurman verwijderd moeten worden omdat het binnen twee meter van de erfgrens is gebouwd en uitzicht geeft op het erf van de buurman.

Laat u voordat u gaat bouwen goed informeren. Ook als u meent dat uw buren zich niet houden aan de regels van het burgerlijk wetboek en u daar hinder van ondervindt, wordt u hierbij uitgenodigd contact op te nemen met SBM Advocaten!