Elke ondernemer maakt het wel eens mee: een opdrachtgever die zijn (betalings-) verplichting(en) niet nakomt en zich beroept op opschorting, omdat er iets niet zou deugen aan de geleverde dienst of product. Indien er inderdaad sprake is van een tekortkoming, dan kan opschorting (dus uitstellen) van betaling van een factuur gerechtvaardigd zijn en een efficiënt drukmiddel zijn om alsnog correcte nakoming af te dwingen. Maar het wordt in de praktijk regelmatig gebruikt als een oneigenlijke smoes om onder de betaling uit te komen of een extra onverdiende korting af te dwingen.

Doel van de opschorting is om de andere partij te dwingen om (op termijn) ook zijn verplichtingen na te komen.

Aan een rechtsgeldig beroep op het opschortingsrecht zijn drie voorwaarden verbonden:

1) Er moeten twee opeisbare verbintenissen tegenover elkaar staan, dus beide partijen moeten wat van elkaar te vorderen hebben;

2) Tevens moet voldoende samenhang bestaan tussen beide verbintenissen en ze moeten geen wanverhouding vertonen. Indien een leverancier in plaats van 100 computers ‘maar’ 98 stuks levert, mag de klant niet de volledige factuur onbetaald laten met een beroep op opschorting;

3) De gedachte achter het opschortingsrecht is dat degene die zelf in gebreke blijft, geen aanspraak hoort te maken op nakoming van degene jegens wie hij in gebreke blijft.

Een schuldenaar heeft de bevoegdheid om de nakoming van zijn verbintenis op te schorten, totdat zijn schuldeiser alsnog aan zijn verplichtingen voldoet. De schuldenaar die zijn prestatie wil uitstellen, moet zelf wel een opeisbare vordering hebben op zijn schuldeiser. Dat betekent dat de ander verplicht is tot nakoming en deze nakoming in rechte zou kunnen worden afgedwongen.

Zo mogen ontvangen facturen alleen onbetaald worden gelaten als de tegenprestatie niet of gebrekkig is en de schuldeiser (schriftelijk) daarop door schuldenaar is gewezen en desondanks niet alsnog volledig nakomt. Vaak wordt er in een reflex ook door de andere partij de opschorting ingeroepen en ontstaat er een patstelling. De ene betaalt niet, de ander weigert om nog iets te doen. Indien dit tot een rechterlijke procedure leidt, zal de rechter moeten uitpluizen wie als eerste rechtsgeldig een beroep op de opschorting heeft gedaan en of die partij dit wel mocht doen. Daarbij is essentieel dat aan de vereisten is voldaan en het opschortingsrecht niet door algemene voorwaarden is uitgesloten. Een onterecht beroep op opschorting, kan leiden tot aansprakelijkheid en schadeplichtigheid.

Er zijn ook nog andere vormen van opschortingsrechten. Als een klant de rekening van een reparatie niet wil / kan betalen, mag de winkelier het gerepareerde goed onder zich houden tot er alsnog is betaald. (het zgn. retentierecht).

Heeft u zelf als ondernemer of klant zo’n kwestie, neem dan contact op met ons.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.