Eind mei ontvangen de meeste werknemers de door hen opgebouwde vakantiebijslag, in het dagelijks spraakgebruik ook wel ‘vakantiegeld’ genoemd. Wettelijk gezien zijn de vakantiebijslag en het vakantiegeld echter twee verschillende dingen. Vakantiebijslag is een toeslag op het loon. Vakantiegeld is het loon dat wordt doorbetaald tijdens de vakantie van een werknemer. In deze column het antwoord op drie belangrijke vragen over de vakantiebijslag.

 1. Waarom bestaat de vakantiebijslag?

De vakantiebijslag is in de jaren ’60 van de vorige eeuw ingevoerd om werknemers de mogelijkheid te geven om op vakantie te gaan. Tot die tijd kregen werknemers wel verlofdagen, maar beschikten zij vaak niet over voldoende financiële middelen om deze dagen te gebruiken om ook daadwerkelijk op vakantie te gaan. Door het vakantiegeld net voor de zomer in één keer uit te keren werden werknemers gestimuleerd om hun verlofdagen te gebruiken om op reis te gaan. Dit was niet alleen goed voor de werknemers, die tijdens hun vakantie konden uitrusten, ook het bedrijfsleven zou er baat bij hebben omdat werknemers die af en toe op vakantie gaan langer fit en gemotiveerd zouden blijven.

2. Over welke bestanddelen van het loon wordt de vakantiebijslag berekend?

Het recht van de werknemer op het ontvangen van de vakantiebijslag is opgenomen in de Wet minimum loon en minimum vakantiebijlslag (WMM). De vakantiebijslag dient minimaal 8% te bedragen over het loon dat de werknemer ontvangt. Voor de berekening van de vakantiebijslag is het dus van belang om te weten uit welke bestanddelen het loon van de werknemer precies bestaat.

Incidentele betalingen, zoals een jubileumuitkering en een (winstgerelateerde) eindejaarsuitkering vallen niet onder het loonbegrip van de WMM en tellen dus niet mee bij de berekening van de vakantiebijslag. Over een door de werknemer te ontvangen onregelmatigheidstoeslag, ploegentoeslag en overwerkvergoeding dient de vakantiebijslag wel betaald te worden. Dit geldt ook voor de uitbetaling van de door een werknemer niet opgenomen vakantiedagen.

3. Wanneer dient de vakantiebijslag te worden uitbetaald?

In de meeste gevallen wordt de vakantiebijslag eind mei uitbetaald. De WMM bepaalt dat de werknemer de vakantiebijslag in de maand juni kan opeisen. Het opeisbare bedrag ziet op de periode vanaf 1 juni van het voorgaande kalenderjaar tot en met 31 mei van het huidige kalenderjaar. De vakantiebijslag die de werknemer deze maand ontvangt ziet dus op de periode 1 juni 2018 tot en met 31 mei 2019. Indien een werknemer niet het hele jaar in dienst is heeft hij vanzelfsprekend alleen recht op vakantiebijslag over de maanden waarin hij bij de werkgever werkzaam was.

Indien de arbeidsovereenkomst voor 31 mei van een bepaald kalenderjaar eindigt, bijvoorbeeld omdat de werknemer een andere baan vindt, dient de werkgever de opgebouwde vakantiebijslag tot de datum van beëindiging van het dienstverband aan de werknemer te voldoen.

Werkgever en werknemer mogen andere afspraken maken over het moment van uitbetalen van de vakantiebijslag. Zo kan er bijvoorbeeld worden afgesproken dat de vakantiebijslag maandelijks aan de werknemer wordt uitbetaald. Dit kan ook uit een CAO volgen. Wel stelt de WMM als minimum dat de vakantiebijslag in ieder geval eenmaal per kalenderjaar aan de werknemer wordt uitbetaald.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.