Steeds meer stellen kiezen ervoor om samen te gaan/blijven wonen zonder een huwelijk of geregistreerd partnerschap aan te gaan. In de dagelijkse praktijk zullen deze stellen weinig merken van het feit dat ze hun relatie niet bij het gemeentehuis hebben laten vastleggen in een huwelijk of geregisterd partnerschap, maar juridisch zijn er wel degelijk behoorlijke verschillen.

Niet alleen ontbreekt bij ongehuwde/ongeregistreerde samenwoners een alimentatieplicht en dienen zaken als ouderlijk gezag bewust geregeld te worden, ook de vermogensrechtelijke verhouding ligt tussen samenwoners geheel anders dan tussen gehuwden/geregistreerd partners. Samenwoners die uit elkaar gaan, kunnen niet terugvallen op de regels welke voor gehuwden en geregistreerd partners zijn vastgelegd als het huwelijksvermogensrecht in boek 1 van het burgerlijk wetboek. Zeker als de samenwoners ervoor gekozen hebben geen samenlevingsovereenkomst aan te gaan, waar de vermogensrechtelijke positie tussen hen beiden is vastgelegd, ontbreekt het hen aan een ‘spoorboekje’ hoe om te gaan met de vermogensrechtelijke verschuivingen, welke tijdens de periode van samenleven hebben plaatsgevonden.

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 10 mei 2019 nog eens haarfijn uiteengezet welke regels van toepassing zijn op de vermogensrechtelijke verhouding tussen ongehuwde/ongeregistreerde samenlevers. In die procedure ging het om een man en een vrouw die meerdere jaren hadden samengewoond in de woning, welke enkel eigendom was van de man. Gedurende de samenwoning is de woning uitgebreid verbouwd, hetgeen gefinancierd werd door de vrouw, die daar geld voor ontvangen had van haar moeder. Enkele jaren later ging het stel uit elkaar en vorderde de vrouw het door haar in de woning van de man geïnvesteerde bedrag van in totaal ongeveer € 75.000,00 terug. Zij deed daarbij een beroep op de overeenkomstige toepassing van artikel 87 boek 1 BW. In dat artikel is opgenomen dat gehuwden en geregistreerd partners een vergoedingsrecht krijgen indien zij met hun privé vermogen investeren in een goed dat tot het vermogen van de ander behoort of aflossen op een schuld van de ander. De Hoge Raad heeft echter bepaald dat dit artikel enkel van toepassing is op gehuwden en geregistreerd partners. Er wordt door de Hoge Raad nog eens helder gemaakt dat op samenlevers niet het huwelijksvermogensrecht van toepassing kan worden verklaard en dat voor samenlevers geldt dat aan de hand van het algemene verbintenissenrecht moet worden beoordeeld of de partij, die een investering in een goed van de andere partij heeft gedaan, een vergoedingsrecht tegen die ander kan inroepen. Er zijn volgens de Hoge Raad drie mogelijke grondslagen waarop een dergelijk vergoedingsrecht voor samenlevers kunnen ontstaan, te weten: de overeenkomst, de onverschuldigde betaling en de ongerechtvaardigde verrijking. Voor wat betreft de overeenkomst is het uiteraard helder indien partijen een samenlevingsovereenkomst hebben gesloten, waarin een dergelijk vergoedingsrecht is opgenomen en de voorwaarden daarvoor duidelijk zijn uitgewerkt. In de kwestie die aan de Hoge Raad voorlag, hadden partijen geen samenlevingsovereenkomst gesloten. Ook in die situatie kan er volgens de Hoge Raad nog sprake zijn van een overeenkomst die, rekening houdend met de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, de vermogensrechtelijke aspecten van de samenleving regelt. Dit kan een stilzwijgende afspraak zijn. Echter in de zaak die aan de Hoge Raad voorlag was daarvan geen sprake, zodat de vordering van de vrouw werd afgewezen.

Het is dus van groot belang dat samenlevers goed nadenken over hoe zij hun vermogensrechtelijke positie wensen te regelen, aangezien zij niet kunnen ‘leunen’ op de regels die gelden voor gehuwden. Heeft hier vragen over of zit u zelf in een situatie waarbij u en uw partner de samenleving beëindigen, neemt u gerust contact met ons op!



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.