Mensen met minderjarige kinderen die de rechtbank verzoeken hun echtscheiding uit te spreken zijn sinds 2009 verplicht een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan bij de rechtbank in te dienen. In beginsel zal iemand die echtscheiding verzoekt zonder een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan in te dienen door de rechter niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit houdt in dat de rechtbank het verzoek tot echtscheiding niet zal behandelen. Deze regel dwingt ouders om met elkaar in gesprek te gaan over de wijze waarop zij hun minderjarige kinderen na de scheiding blijven verzorgen en hoe de kosten daarvan verdeeld worden.

In sommige situaties is het voor ouders echter onmogelijk om het overleg met elkaar op een dusdanige constructieve manier aan te gaan dat concrete afspraken over verzorging en verdeling van kosten gemaakt kunnen worden, zonder tussenkomst van professionals. Kunnen deze mensen dan niet scheiden? Jawel: voor deze problematische gevallen biedt de wet ook een oplossing.

Mocht bij het verzoekschrift tot echtscheiding geen door beide ouders ondertekend ouderschapsplan gevoegd zijn, dan zal de rechtbank de advocaat van de verzoeker daar eerst over aanschrijven en die advocaat in de gelegenheid stellen om alsnog een ouderschapsplan in te dienen. Als overleg wel is geprobeerd, maar onmogelijk blijkt of als partijen niet tot afspraken kunnen komen waar ze beiden achter staan, dan dient de advocaat van de verzoeker dat gemotiveerd aan de rechtbank mede te delen. De rechter zal dan in ieder geval een zitting plannen waarop dit onderwerp besproken zal worden. Indien ter zitting blijkt dat partijen het geprobeerd hebben maar het echt niet mogelijk is om tot afspraken te komen, dan biedt de wet de mogelijkheid dat de rechter toch de echtscheiding uitspreekt en dat de rechter een beslissing neemt op welke wijze de zorgtaken en de kosten van de kinderen verdeeld moeten worden. De rechter komt vaak pas tot een dergelijke beslissing nadat hij zich heeft laten informeren door de Raad voor de Kinderbescherming. Soms moet de Raad voor de Kinderbescherming daar eerst een onderzoek voor uitvoeren en een schriftelijk advies over uitbrengen aan de rechter.

Overigens gelden voor kinderen van 17 jaar lichtere eisen voor de regeling over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken. Kinderen van deze leeftijd zijn immers niet meer als zodanig te sturen bij welke ouder zij tijd doorbrengen. Wel dienen voor 17-jarige kinderen concrete afspraken gemaakt te worden over kinderalimentatie. Immers loopt deze gewoon door als het kind 18 geworden is en zelf als jongmeerderjarige onderhoudsgerechtigde is geworden. De minderjarige dient hier wel zelf bij betrokken te worden.

Kinderen vanaf 6 jaar dienen ook betrokken te worden (uiteraard op een bij de leeftijd passende wijze) bij het onderdeel verdeling van de zorgtaken. Kinderen vanaf 12 jaar worden door de rechter altijd opgeroepen om hun mening kenbaar te maken; ook in het geval er een door beide ouders ondertekend ouderschapsplan ligt. Het wil overigens niet zeggen dat de mening van een kind van 12 jaar of ouder doorslaggevend is, maar deze wordt wel meegenomen in de afweging die de rechter maakt.

Indien u meer informatie wenst over dit onderwerp dan kunt u contact opnemen met ons kantoor.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.