Hoe schenkingen uit het verleden voor ‘vuurwerk’ kunnen zorgen bij onterving

mr. M.R. Vossen
mr. M.R. Vossen

Een onterfd kind heeft volgens de wet recht op de zogenaamde legitieme portie. Dit is een geldelijke vordering op de nalatenschap en dus geen erfdeel. Het onterfde kind is immers geen erfgenaam, maar wel schuldeiser van de nalatenschap. Dat is een cruciaal verschil.


Iemand die voornemens is om één van zijn kinderen te onterven, zou kunnen denken: “Ik schenk alles aan mijn andere kinderen, zodat er na mijn overlijden niets meer is en er dus ook niets meer te halen is voor het onterfde kind”. Dat kan, maar het zou zomaar tot de omgekeerde situatie kunnen leiden, waarin de overige kinderen juist geld moeten bijleggen ter voldoening van de legitieme portie van het onterfde kind! Dit kan het nodige (spreekwoordelijke) vuurwerk opleveren, waar men bij de afwikkeling van een nalatenschap doorgaans niet op zit te wachten. Juist wanneer er schenkingen zijn gedaan, doet men er verstandig aan om goed naar de gevolgen van een eventuele onterving te kijken.

Wettelijk uitgangspunt is (kort gezegd) dat erfgenamen de in het verleden ontvangen schenkingen in beginsel (tenzij anders bepaald) niet hoeven in te brengen in de nalatenschap. Dit geldt voor erfgenamen. Bij onterving is men echter geen erfgenaam en wordt vaak aanspraak gemaakt op de legitieme portie.

De legitieme portie wordt als volgt berekend: 50% van de legitimaire massa, gedeeld door het aantal legitimarissen. De legitimaire massa bestaat uit de waarde van de goederen van de nalatenschap, vermeerderd met de in aanmerking te nemen giften en verminderd met bepaalde schulden. Giften die in aanmerking genomen moeten worden, zijn o.a. giften aan afstammelingen (ongeacht wanneer deze giften zijn gedaan). De overige in aanmerking te nemen giften laat ik nu even buiten beschouwing. Belangrijk is dus dat wanneer bij onterving aanspraak gemaakt wordt op de legitieme portie, in het verleden gedane schenkingen wel degelijk relevant kunnen zijn!

Een voorbeeld ter illustratie:

Vader (langstlevende) heeft drie kinderen. In zijn testament staat dat zijn jongste kind wordt onterfd. Vader schenkt aan zijn oudste twee kinderen € 10.000,- p.p. Enige tijd later overlijdt vader. De waarde van zijn nalatenschap bedraagt € 5.000,-. Het onterfde kind maakt aanspraak op zijn legitieme portie. Deze bedraagt in dit voorbeeld: (50% x 25.000,-) / 3 legitimarissen = € 4.166,67. Het onterfde kind wijst echter op het feit dat vader 19 jaar geleden een schenking van € 30.000,- p.p. aan zijn twee oudste kinderen heeft gedaan. Dit zijn ‘giften aan afstammelingen’ en tellen dus eveneens mee in de berekening van de legitieme portie. De legitieme portie bedraagt daardoor dus:
(50% x € 85.000,-) / 3 = € 14.166,67. In de nalatenschap zit slechts € 5.000,-. Er is dus een tekort van € 9.166,67. Het onterfde kind gaat over tot ‘vermindering’ van de schenkingen die vader aan zijn twee oudste kinderen heeft gedaan. De erfgenamen moeten daardoor ieder € 4.583,34 (uit eigen zak!) betalen aan het onterfde kind.

Dit is een versimpeld voorbeeld om aan te geven dat onterving ook tot situaties zou kunnen leiden die u misschien juist had willen voorkomen. Als advocaat krijg ik regelmatig te maken met zaken waarin het al mis is gegaan. Laat u zich dus vooral tijdig adviseren (bijv. door een notaris) over de gevolgen van een onterving in uw specifieke situatie. Voorkomen is beter dan genezen!

 

 

Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.