Uitstel afschaffing VAR

beheer

ZZP-ers maken veelal gebruik van een Verklaring Arbeidsrelatie, kort gezegd een VAR. Met betrekking tot deze VAR-verklaringen zijn er een viertal varianten: Een VAR-WUO (winst uit onderneming), een VAR-DGA (directeur grootaandeelhouder), een VAR-Loon en een VAR-ROW (Resultaat uit Overige Werkzaamheden). Een VAR-DGA of VAR-WUO biedt een opdrachtgever in beginsel de zekerheid dat deze door de Belastingdienst niet aansprakelijk kan worden gesteld voor niet ingehouden/afgedragen loonbelasting/premie volksverzekeringen (de “loonheffingen”). Bij de andere VAR-verklaringen dient de opdrachtgever ter zake altijd zelf een check uit te voeren.

Er is enige tijd geleden een wetsvoorstel Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) ingediend. Dit zou tot algehele afschaffing van de VAR-verklaringen moeten leiden. Het was op grond van dit wetsvoorstel de bedoeling dat VAR-verklaringen met ingang van 1 januari 2016 zouden worden afgeschaft. Afschaffing ervan vergroot de mogelijkheid van de Belastingdienst om loonheffing en dergelijke bij de opdrachtgever te verhalen, indien en voor zover de zelfstandige (en daarmee ook de opdrachtgever) niet aan de betreffende regels voldoet.

Ondertussen zijn op de website van de Belastingdienst een aantal voorbeelden van overeenkomsten van opdracht gepubliceerd. Indien deze voorbeelden 1 op 1 worden gehanteerd, kan de opdrachtgever in beginsel door de Belastingdienst ter zake niet afgedragen loonheffingen niet aansprakelijk worden gesteld. Het aantal gepubliceerde voorbeelden valt tot nu toe echter tegen, in die zin dat er nog lang niet voor alle branches voorbeelden van overeenkomsten van opdracht zijn gepubliceerd. Zowel opdrachtgever als opdrachtnemers verkeren dus nog in onzekerheid wat nu wel/niet de toets zal kunnen doorstaan.

Een opdrachtgever kan een overeenkomst van opdracht natuurlijk altijd door de Belastingdienst laten controleren, maar daar gaat enige tijd overheen, meestal minstens enige weken. Echter, op grond van dit wetsvoorstel is het zo dat het altijd gaat om de concrete feiten en omstandigheden op grond waarvan getoetst zal worden of een opdrachtgever wellicht aansprakelijk kan worden gesteld voor het niet afdragen van loonheffingen. Daar waar een opdrachtgever nu nog met een VAR-DGA of VAR-WUO kan ‘zwaaien’ om fiscale claims te voorkomen, zal dat op grond van de inhoud van het wetsvoorstel niet meer het geval zijn.

Inmiddels is enige weken geleden bekend gemaakt dat de streefdatum voor de inwerkintreding van het wetsvoorstel is verschoven van 1 januari 2016 naar 1 april 2016. Het valt overigens niet uit te sluiten dat dit nog verder zal opschuiven. Een en ander heeft ook tot gevolg dat VAR-verklaringen die in 2014 en 2015 zijn afgegeven hun geldigheid tot en met 31 maart 2016 behouden. Voorts zal de Belastingdienst pas vanaf 1 januari 2017 een en ander gaan controleren én – in geval van overtreding van de regels – sanctioneren. Er zal door de Belastingdienst in de tussenliggende periode weliswaar gecontroleerd worden, maar de Belastingdienst zal in beginsel geen handhavingsmaatregelen treffen. Dit zal dus tot gevolg hebben dat partijen nog tot en met 31 december 2016 in de gelegenheid zijn om, indien nodig, hun werkwijze aan te passen aan de vereisten c.q. een goedgekeurd model.

Overeenkomsten van opdracht die voor 1 februari 2016 ter goedkeuring aan de Belastingdienst zullen worden voorgelegd, zullen voor 1 april 2016 zijn beoordeeld en worden gepubliceerd. Uiteraard mits akkoord bevonden en indien de opdrachtgever met publicatie instemt.

Het was de bedoeling dat de Eerste Kamer op 27 oktober 2015 over dit wetsvoorstel zou stemmen, maar dat is dus uitgesteld. Ik raad opdrachtgevers, maar ook opdrachtnemers aan om de ontwikkelingen op dit gebied goed in de gaten te blijven houden. 

Heeft u vragen over dit onderwerp, belt u ons kantoor dan gerust.

Meer weten over arbeidsrecht?