Het beschermingsbewind

beheer

Meerderjarigen zijn handelingsbekwaam en mogen dus rechtshandelingen verrichten  (bijvoorbeeld overeenkomsten sluiten). Maar niet iedere meerderjarige is ook echt in staat om zelfstandig zijn/haar financiën goed te regelen en het vermogen te beheren. Denk aan mensen met een verstandelijke beperking of mensen op hoge leeftijd die het allemaal niet meer zo goed begrijpen. Het kan dan nodig zijn om deze mensen extra te beschermen. Dat kan bijvoorbeeld door het instellen van bewind. Men spreekt dan van beschermingsbewind.

In de wet is (kort gezegd) bepaald dat indien een meerderjarige niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk zelf waar te nemen  ten gevolge van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, verkwisting of het hebben van problematische schulden, het vermogen van deze persoon onder bewind kan worden gesteld. Is het vermogen van iemand onder bewind gesteld, dan mag diegene nog wel rechtshandelingen verrichten, maar niet meer over zijn vermogen beschikken, het vermogen en de financiën worden immers beheerd door de bewindvoerder. De ‘onderbewindgestelde’ mag dus niet zomaar meer overeenkomsten sluiten als daar geld mee is gemoeid. Daarvoor is dan de toestemming van de bewindvoerder vereist. De bewindvoerder vertegenwoordigt hem/haar in en buiten rechte.

De bewindvoerder heeft natuurlijk wel diverse verplichtingen. Zo moet de bewindvoerder een overzicht van bezittingen en schulden maken en jaarlijks rekening en verantwoording afleggen aan de kantonrechter over het gevoerde beheer. Bovendien heeft de bewindvoerder voor bepaalde handelingen vooraf toestemming van de kantonrechter nodig. Zo mag er niet zonder toestemming van de kantonrechter een schenking worden geaccepteerd indien daar ook verplichtingen of voorwaarden aan zijn verbonden. Ook mag de bewindvoerder niet zomaar geldleningen aangaan of andere ongebruikelijke overeenkomsten sluiten met betrekking tot het vermogen dat onder bewind is gesteld.

Hierboven noemde ik al kort het wettelijke criterium waaraan voldaan moet zijn alvorens iemands vermogen onder bewind kan worden gesteld. Als daaraan is voldaan, dan is de volgende vraag wie er tot bewindvoerder moet worden benoemd. Voor de beantwoording van deze vraag kent de wet een aparte regeling, ook wel de ‘wettelijke voorkeursregeling’ genoemd. De hoofdregel is als volgt: de rechter volgt bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende (degene wiens vermogen onder bewind wordt gesteld), tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Anders gezegd: heeft de rechthebbende een bepaalde voorkeur voor de te benoemen persoon, dan dient de rechter die voorkeur in principe te volgen. Als er gegronde redenen zijn om van die voorkeur af te wijken, dan mag dat. De rechter zal dat uiteraard wel goed moeten onderbouwen.

Heeft de rechthebbende geen voorkeur, of is hij/zij niet in staat om die voorkeur uit te spreken (denken aan mensen met de ziekte van Alzheimer in een verder gevorderd stadium), dan geldt er een wettelijke voorkeur om de echtgenoot, geregistreerd partner of levensgezel tot bewindvoerder te benoemen. Is die er niet,  dan gaat de voorkeur uit naar een ouder, kind, broer of zus van de rechthebbende. Let wel: dit is een wettelijke "voorkeur" en dus geen verplichting. De rechter mag van deze voorkeur afwijken en bijvoorbeeld ambtshalve (zonder dat partijen daar uitdrukkelijk om hebben gevraagd) een onafhankelijke derde persoon tot bewindvoerder benoemen. De rechter zal wel moeten motiveren waarom hij van de wettelijke voorkeur afwijkt. Een veel voorkomende reden om af te wijken van de wettelijke voorkeur, is omdat er veel onenigheid binnen de familie bestaat waardoor de verwachting is dat het benoemen van een familielid tot nog meer onenigheid zal leiden of waardoor te verwachten is dat de bewindvoerder zijn/haar taken niet goed zal kunnen uitvoeren.

Naast bewind bestaan er nog andere wettelijke beschermingsmaatregelen, zoals de curatele en het mentorschap. Een ondercuratelestelling gaat nog een stapje verder dan de onderbewindstelling. Iemand die onder curatele staat, is in zijn geheel niet meer bevoegd tot het verrichten van rechtshandelingen. Het mentorschap daarentegen ziet alleen op het beschermen van iemands niet-vermogensrechtelijke belangen. Gedacht kan worden aan beslissingen omtrent een noodzakelijke medische behandeling, medicijnkeuze, etc. Deze drie beschermingsmaatregelen hebben dus ieder een eigen karakter en ‘soort’ bescherming. Afhankelijk van de specifieke situatie van een individueel persoon zal bepaald moeten worden welke beschermingsmaatregel het meest passend is.

Wilt u meer weten over deze beschermingsmaatregelen of heeft u vragen, neem dan gerust contact met ons op.