Spoed-kort geding

beheer

In ons rechtssysteem neemt het kort geding een bijzondere plaats in. Het is een versnelde procedure voor zaken met een spoedeisend belang, waarin de rechter op redelijk korte termijn uitspraak doet. Die uitspraak is een ordemaatregel. Een kort geding mag geen definitief oordeel vellen over een rechtsgeschil. Dat moet in een gewone bodemprocedure worden uitgemaakt, al dan niet met deskundigenrapporten, getuigenverhoor e.d. Het kost vaak vele maanden en soms zelf vele jaren voordat er een definitief oordeel ligt.

De charme van het kort geding is dat het ‘geschil’ in een (zeer) kort tijdsbestek aan de rechter kan worden voorgelegd, waarbij de rechter een vonnis wijst. Daarmee wordt regelmatig een geschil beslecht dat anders in een gewone rechtszaak maanden of zelfs jaren zou voortduren.

Niet elke kwestie leent zich voor een kort geding. De zaak moet niet al te ingewikkeld zijn. Er moet een spoedeisend belang zijn. Voorbeelden van zaken met een spoedeisend belang zijn:

  • Een verzekeraar weigert medische behandeling te betalen voor een ernstig zieke patiënt.
  • Een werknemer wordt ten onrechte op non-actief gezet.
  • Een roddelblad kondigt een sensationele publicatie aan en de persoon die het betreft  wil die publicatie tegenhouden.
  • Een bank gaat over tot gedwongen verkoop van een woonhuis vanwege achterstand in betaling van hypotheekschuld.

Het laatste voorbeeld leidde afgelopen week tot een super spoed kort geding. Nadat cliënten zich ten einde raad laat hadden gemeld op kantoor, met de mededeling dat hun woonhuis de volgende dag (!) via een executieveiling zou worden verkocht, was het alle hens aan dek. Er was effectief minder dan 28 uur de tijd om een vonnis in kort geding te krijgen waarbij we, door de krappe tijd ook nog eens afhankelijk waren van de bereidwilligheid van de bank om als gedaagde partij vrijwillig in het kort geding te verschijnen. De wet schrijft immers minimum termijnen voor die bij het betekenen van dagvaardingen door de deurwaarder in acht moeten worden genomen.

Het werd een race tegen de klok. Direct nadat besloten was om het kort geding als uiterste redmiddel in te zetten, werden er contacten gelegd met de Rechtbank – om zo snel mogelijk een datum voor een zitting geprikt te krijgen – met een deurwaarder, de veilingnotaris, de financieel adviseur en de bank. Ondertussen werd de kort geding dagvaarding opgesteld waarin de gronden werden aangevoerd die er toe moesten leiden dat een gedwongen executieveiling onder de gegeven omstandigheden misbruik van recht opleverde en dus moest worden geschorst. Er werd onder dreigement van het kort geding ook onderhandeld met de bank over een betalingsregeling, waarbij een groot geldbedrag ineens kon worden betaald dankzij de familie van cliënten. Toen bleek dat de bank voet bij stuk hield was een zitting onvermijdelijk. Om 10 uur op de dag van de veiling begon de zitting. Die duurde met schorsingen erbij tot 12.00 uur. Om 13.10 ontvingen partijen per fax het schriftelijk vonnis. De executie werd geschorst mits vóór 14.00 uur het eerder aangeboden bedrag zou zijn betaald aan de bank. Het bleek vervolgens nog spannend om tijdig van verschillende bankrekeningen van cliënten en hun familieleden het totale bedrag te voldoen. Om 14.10 uur kreeg de veilingmeester het teken dat de bewuste woning uit de lijst was geschrapt. De executie van deze woning was al verzet van 13.30 uur naar 14.15 uur. Deze uitspraak in kort geding was dan wel een voorlopig oordeel, maar het was ook een bindend oordeel. Cliënten waren geschrokken en opgelucht. Nu maar hopen dat het niet meer zo ver komt!