Schijn van bevoegdheid van een werknemer

beheer

Het komt vaak voor dat een werknemer een overeenkomst tekent namens zijn werkgever, hoewel die werknemer daartoe formeel niet bevoegd is, maar ook niet over een volmacht (toestemming) van zijn werkgever beschikt om te tekenen. Denk bijvoorbeeld aan een medewerker van de afdeling personeelszaken die een arbeidsovereenkomst met een nieuwe werknemer tekent. Of een medewerker van de afdeling inkoop die goederen bestelt en daartoe een koopovereenkomst sluit met een leverancier. Ondanks het ontbreken van een volmacht kan een onderneming toch gebonden zijn aan die overeenkomst. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de schijn is gewekt dat de persoon in kwestie bevoegd is.

In een zaak die in 2013 leidde tot een rechterlijke uitspraak, ging het om een koopovereenkomst die een hoofdinkoper namens de onderneming (zijn werkgever) met een leverancier had gesloten. De onderneming stelde niet gebonden te zijn aan de overeenkomst, gewoonweg omdat de hoofdinkoper niet bevoegd was om de onderneming bij die overeenkomst te vertegenwoordigen.

De leverancier vond echter dat de onderneming wel aan de overeenkomst was gebonden. Zo stelde de leverancier dat hij vanaf het begin uitsluitend contact had met die hoofdinkoper. De hoofdinkoper had ook de offerte getekend en voorzien van een bedrijfsstempel. De koopovereenkomst zelf was vervolgens op het kantoor van de onderneming ook door de hoofdinkoper getekend. Voorts vond de leverancier relevant dat de inkoper in het verleden ook andere bestellingen had gedaan die gewoon waren betaald door de onderneming. De leverancier vond dan ook dat hij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de hoofdinkoper wel bevoegd was om de onderneming met betrekking tot die overeenkomst te vertegenwoordigen.

De rechter gaf de leverancier gelijk. De rechter was van mening dat de onderneming het gerechtvaardigde vertrouwen bij de verkoper had gewekt dat de bewuste inkoper tot het sluiten van de overeenkomst bevoegd was. De rechter vond dat voor die conclusie meerdere redenen bestonden. Ten eerste omdat de onderneming de inkoper had aangesteld in de functie van hoofdinkoper. In deze aanstelling kan namelijk, zo oordeelde de rechter, een (stilzwijgende) volmacht besloten liggen om bestellingen te mogen doen bij een leverancier. Ook speelde bij de beslissing van de rechter een rol dat de onderneming haar werknemer als hoofd van de afdeling inkoop zelfstandig naar buiten toe liet optreden en hem daarbij de gelegenheid bood gebruik te maken van bijvoorbeeld het briefpapier en de bedrijfsstempel van de onderneming. Ten derde speelde een rol het feit dat de hoofdinkoper in het verleden ook al eens goederen bij die leverancier had besteld, die ook door de onderneming waren betaald. Al die omstandigheden leidden dan ook tot de beslissing van de rechter dat de bewuste leverancier in dit geval gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de bevoegdheid van de hoofdinkoper.

Uit het voorgaande blijkt dus dat een bedrijf toch gebonden kan zijn aan een overeenkomst die getekend is door een werknemer die daartoe juridisch formeel niet bevoegd is. In dit geval had het misschien anders gelegen indien de leverancier had moeten twijfelen aan de bevoegdheid van die hoofdinkoper. Dat zou het geval kunnen zijn geweest indien de financiële omvang van de bestelling erg groot was geweest of in het geval de bestelling van de goederen ongebruikelijk was voor die betreffende onderneming. In dit geval was daarvan geen sprake, zo oordeelde de rechter.

De onderneming diende de factuur voor die goederen dus gewoon aan de leverancier te voldoen. Ik weet niet of de onderneming haar werknemer hierop heeft aangesproken. Immers, formeel mocht de werknemer die bestelling bij de leverancier niet plaatsen. Het kan dus zijn dat de werkgever haar inkoper hiervoor aansprakelijk heeft gesteld. Het is en blijft dus zaak dat ook een werknemer in de uitoefening van zijn functie erop moet letten dat hij niet buiten zijn bevoegdheidsgrenzen treedt.