Het concurrentiebeding in het nieuwe arbeidsrecht

beheer

In eerdere columns ging ik al in op enkele wijzigingen in het arbeidsrecht die volgend jaar van kracht worden, zoals de afschaffing van de huidige ontslagvergoedingen en de aanzegtermijn, die door de werkgever moet worden gehanteerd als hij besluit een contract voor bepaalde tijd al dan niet te verlengen. In deze column wil ik stilstaan bij de wijzigingen die betrekking hebben op het concurrentiebeding. Deze wijzigingen gaan overigens al per
1 januari a.s. in.

Tot op heden kunnen de werkgever en de werknemer een concurrentiebeding met elkaar overeenkomen, zolang het maar schriftelijk is vastgelegd. Het is daarbij niet van belang of de arbeidsovereenkomst voor een bepaalde of onbepaalde tijd is gesloten.

In het nieuwe arbeidsrecht geldt vanaf 1 januari a.s. als hoofdregel dat een concurrentiebeding niet kan worden overeengekomen indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, tenzij de werkgever een zwaarwegend bedrijfsbelang heeft bij een dergelijk concurrentiebeding. De werkgever moet dat zwaarwegende bedrijfsbelang overigens wel schriftelijk motiveren bij het overeenkomen van het concurrentiebeding, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst. Indien een dergelijke schriftelijke motivering er niet is, dan is het concurrentiebeding niet rechtsgeldig. Als wel sprake is van een dergelijke schriftelijke motivering, terwijl er in werkelijkheid geen sprake is van het vereiste zwaarwegende bedrijfsbelang, dan kan het concurrentiebeding worden vernietigd. Van dat zwaarwegende belang moet niet alleen sprake zijn op het moment dat de arbeidsovereenkomst wordt gesloten. Van dat zwaarwegende belang moet namelijk ook sprake zijn op het moment dat de werkgever een beroep doet op het concurrentiebeding.

Nu zal een werkgever in de praktijk altijd van mening zijn dat hij een zwaarwegend belang heeft bij een concurrentiebeding, gewoonweg omdat het nodig is om zijn concurrentiepositie te beschermen. Maar zo eenvoudig ligt dat niet. De nieuwe wet is overigens niet duidelijk over de vraag wanneer er sprake is van een dergelijk zwaarwegend belang. Ook is niet duidelijk hoe de motivering er in de praktijk uit moet gaan zien. Wat te denken van een motivering, die als volgt luidt: “Dit beding is noodzakelijk vanwege zwaarwegende bedrijfseconomische redenen”. Is dit een voldoende motivering? Naar mijn mening niet. De toekomst zal moeten uitwijzen hoe de rechter daar tegenover staat. Het is wel mijn verwachting dat er de nodige conflicten gaan ontstaan over de vraag of er al dan niet sprake is van een juiste motivering en of er al dan niet sprake is van voldoende zwaarwegende bedrijfsbelangen.

Zoals gezegd: de wijzigingen treden al met ingang van 1 januari a.s. in werking. De huidige regels met betrekking tot het concurrentiebeding blijven overigens wel van toepassing op arbeidsovereenkomsten die vóór 1 januari 2015 zijn gesloten en waarin een concurrentiebeding voorkomt. Als een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd,  die voor 1 januari a.s. is gesloten, op enig moment op of na 1 januari a.s. wordt verlengd voor wederom een bepaalde periode, dan moet de werkgever alsnog zorgen voor een schriftelijke motivering. Als de arbeidsovereenkomst op of na 1 januari a.s. daarentegen voor onbepaalde tijd wordt voortgezet hoeft dat natuurlijk niet. De schriftelijke motivering speelt immers alleen een rol bij contracten voor bepaalde tijd.

Ik verwacht dat veel werkgevers in de praktijk en zeker in de beginperiode de schriftelijke motivering gaan vergeten, met alle positieve gevolgen van dien voor veel werknemers. Aan de andere kant verwacht ik wel veel geschillen over de juistheid van de motivering, alsook over de vraag of die specifieke werkgever wel voldoende zwaarwegend belang heeft bij het concurrentiebeding.

meer weten over arbeidsrecht?