De 7+8+8 regel in het nieuwe arbeidsrecht

beheer

SBM advocaten volgt nauwlettend de grootste naoorlogse wijzigingen op het gebied van het ontslagrecht en sociale zekerheid. De wijzigingen hebben directe gevolgen voor het HR-beleid van werkgevers. De ketenbepaling verandert, een proeftijd is bij korte contracten tot zes maanden niet meer mogelijk en er komt vanaf een arbeidsduur van twee jaar een transitievergoeding bij ontslag. Met de 7+8+8-regel vult een werkgever deze bepalingen op een praktische wijze in, waarbij de maximale flexibiliteit behouden blijft.
 
In vogelvlucht zijn de belangrijkste veranderingen per 1 juli 2015:

- de gezamenlijke duur van (maximaal drie) tijdelijke contracten is maximaal twee jaar;

- er dient een half jaar te zitten tussen twee contracten om deze niet bij elkaar op te tellen;

- de financiële vergoeding op grond van de kantonrechtersformule verdwijnt;

- bij reorganisatie en bedrijfseconomische redenen is het UWV de exclusieve ontslagroute;

- bij disfunctioneren wegens verstoorde arbeidsverhoudingen is de kantonrechter de aangewezen persoon die de arbeidsovereenkomst ontbindt;

- de mogelijkheid van een hoger beroep tegen een gegeven ontslag is nieuw;

- bij einde dienstverband kan een transitievergoeding tot maximaal een jaarsalaris, doch niet meer dan € 75.000,-- worden toegekend.
  Dit bedrag dient te  worden aangewend om de overstap van baan tot baan te bevorderen.

Kortom: elke werkgever en werknemer zal  met deze nieuwe regels te  maken krijgen. Bestaande modellen arbeidscontracten dienen ingrijpend te worden aangepast en in geval van een beëindiging van het dienstverband zal kritisch getoetst worden of er wel aan de nieuwe spelregels is voldaan. Daarbij kan een foute keuze vervelende financiële gevolgen hebben. Tegelijkertijd moet het voor ondernemers werkbaar blijven. Een oplossing is daarbij de 7+8+8-regel die naar onze stellige overtuiging zeer succesvol zal zijn in het arbeidsrecht. Werkgever biedt een nieuwe werknemer in eerste instantie een arbeidsovereenkomst aan voor de duur van zeven maanden. Voldoet de werknemer, dan krijgt de werknemer een tweede en derde contract, beide voor acht maanden, aangeboden. Een vaste aanstelling is daarna optioneel.  De 7+8+8-regel heeft drie voordelen. Ten eerste duren de drie tijdelijke contracten in totaal 23 maanden (dus minder dan 2 jaar) waardoor de werkgever optimaal van de flexibele mogelijkheden gebruikt maakt. Onder de nieuwe regels krijgt de werknemer bij verlenging na drie contracten of twee jaar (wat er eerder komt) automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Ten tweede hoeft een werkgever de werknemer geen transitievergoeding te betalen als hij/zij na het derde contract besluit de samenwerking te beëindigen. Deze vergoeding is namelijk verschuldigd bij een of meerdere contracten die gezamenlijk twee jaar of langer duren. Ten derde mag de werkgever in de eerste arbeidsovereenkomst van zeven maanden wel een proeftijd opnemen. Dat is niet meer toegestaan in een eerste contract van zes maanden of minder.

Kortom: de model arbeidscontracten moeten ‘2015 proof’ worden gemaakt. SBM advocaten kan werkgevers daarbij helpen. Voor werknemers geldt dat bij een ontslag in 2015 het raadzaam is om na te gaan of het ontslag wel klopt volgens de nieuwe regels van het arbeidsrecht, vastgelegd in de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Meer weten over arbeidsrecht?