Wie is mijn baas?

beheer

Het komt in de praktijk geregeld voor dat werknemers binnen een concern permanent tewerk gesteld worden bij een andere vennootschap dan hun formele werkgever (lees: werkgever met wie de werknemers een arbeidsovereenkomst hebben gesloten). Indien de werkgever waar de werknemers permanent tewerkgesteld zijn de onderneming overdraagt aan een derde buiten het concern is het de vraag of de rechten en verplichtingen van de werkgever ten opzichte van de gedetacheerde werknemers bij overgang van de onderneming overgaan. 

Lange tijd werd aangenomen dat de rechten en verplichtingen ten opzichte van de werknemers alléén overgaan bij werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met de vervreemder (verkoper) van de over te dragen onderneming en niet bij binnen een concern gedetacheerde werknemers.

Het Europese Hof van Justitie en de Hoge Raad hebben een uitspraak gedaan over dit vraagstuk aan de hand van de van toepassing zijnde Europese Richtlijn.

Binnen het Heineken concern zijn alle werknemers in dienst van Heineken Nederland B.V. Heineken Nederland B.V. is de centrale werkgeefster en leent het personeel uit aan een dochteronderneming van Heineken. De werknemers zijn permanent tewerkgesteld bij de dochteronderneming. De dochteronderneming wordt vervolgens overgenomen door een derde (Albron) buiten het Heineken concern. De vraag is of deze gedetacheerde werknemers overgaan bij de overgang van de onderneming, aangezien de vervreemder (verkoper) niet de formele werkgever (werkgever waarmee een arbeidsovereenkomst is gesloten) is.

De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat de feitelijke/niet-formele werkgever ook als vervreemder (verkoper) gezien mag worden, ongeacht dat de formele werkgever een andere onderneming binnen datzelfde concern is. Er is beslist dat tussen de feitelijke/niet-formele werkgever en de werknemers een arbeidsbetrekking bestaat. De werknemers zijn immers permanent tewerkgesteld bij de feitelijke/niet-formele werkgever en deze was verantwoordelijk voor de leiding van de economische activiteiten van de overgedragen onderneming. Door deze beslissing gaan ook de rechten en verplichtingen ten opzichte van de gedetacheerde werknemers over bij de overgang van de onderneming. Deze uitspraak is ook in lijn met hetgeen het Europese Hof van Justitie eerder had geoordeeld toen haar de vraag werd voorgelegd hoe de Europese Richtlijn moest worden uitgelegd.

Invloed op andere uitzendvarianten?

Ook bij andere uitzendvarianten kan sprake zijn van een arbeidsbetrekking zoals hiervoor omschreven. Een voorbeeld is de payrollovereenkomst. Bij payrolling wordt de werknemer door een payrollbedrijf permanent en exclusief aan de opdrachtgever ter beschikking gesteld om onder diens gezag arbeid te verrichten. Dit zou in het licht van de hiervoor besproken uitspraak mogelijk kunnen betekenen dat de rechten en verplichtingen ten opzichte van de payrollmedewerker op grond van de arbeidsbetrekking met de opdrachtgever overgaan op het moment dat het bedrijf van die opdrachtgever wordt overgenomen. 

Het is nog niet duidelijk wat voor invloed de uitspraak heeft. Het is zelfs niet uitgesloten dat de uitspraak een grote invloed kan hebben op andere inleen- en uitzendvarianten. Het is daarom van belang om bij overnames aandacht te besteden aan de vraag op welke wijze de werknemers werkzaam zijn bij de over te nemen onderneming.