Incassseren of accepteren?

beheer

Enige tijd geleden werd ik gebeld door de directeur van een onderneming, die aangaf dat hij van een opdrachtgever in totaal nog circa € 30.000,-- tegoed had. De opdrachtgever weigerde echter, ondanks diverse mondelinge en schriftelijke verzoeken, te betalen. “Wat nu te doen?” vroeg deze directeur mij. Ik adviseerde hem om mij de opdrachtgever een laatste sommatiebrief te laten sturen en, indien ook daaraan geen gehoor zou worden gegeven, een incasso kort geding te starten, eventueel vergezeld van het leggen van beslag.

De directeur vertelde mij toen dat hij daar eigenlijk liever niet toe overging, omdat het een opdrachtgever betrof met wie hij al een jarenlange relatie had en van wie hij, in het verleden, veel opdrachten had gekregen. Nieuwe opdrachten bleven de laatste maanden overigens uit. De directeur was bang dat hij, indien hij er hard in zou gaan, de commerciële relatie op het spel zou zetten. Dit was natuurlijk een reëel risico, maar ik gaf aan dat er, gezien het feit dat er al langere tijd geen nieuwe opdrachten waren verstrekt, dit wel eens een teken zou kunnen zijn dat toekomstige opdrachten niet meer in het verschiet lagen.

De opdrachtgever had mijn cliënte echter voorgehouden dat nieuwe opdrachten aanstaande waren en dat hij mede om die reden om uitstel van betaling vroeg. Door daarmee te schermen zou het zeer goed kunnen zijn dat de directeur aan het lijntje gehouden werd, zo hield ik hem voor. Verder schetste ik het risico dat hij eventuele nieuwe opdrachten aan zou nemen, waardoor het openstaande saldo zou toenemen, maar er vervolgens nog steeds niet betaald zou worden. Helaas komt het geregeld voor dat deze (beproefde) move wordt uitgehaald. Een schuldenaar speelt in op angst van een schuldeiser om een (vaste) klant te verliezen. Er zijn natuurlijk opdrachtgevers die hun afspraken wél nakomen en alsnog betalen, maar in dit geval had ik dat gevoel, gelet op hetgeen de directeur mij schetste, niet.

We spraken af dat ik een sommatiebrief zou versturen en, indien daaraan geen gehoor zou worden gegeven, ik beslag onder derden zou leggen die nog gelden aan deze opdrachtgever verschuldigd waren. Op de sommatiebrief werd niet gereageerd. Op de beslagleggingen die daarop volgden wel. Binnen een paar dagen tijd was er een schikking bereikt, waarbij naast alle facturen ook de wettelijke (handels)rente, beslagkosten en advocaatkosten werden vergoed. Ruim drie maanden later ging de opdrachtgever failliet. Indien mijn cliënte af zou hebben gewacht, dan had hij zijn vorderingen bij de curator in kunnen dienen met als gevolg dat hij naar zijn geld had kunnen fluiten, omdat de boedel geen verhaal biedt.

In de huidige economische tijd is het betalingsgedrag verder verslechterd. Sommige bedrijven hanteren een betalingstermijn van meer dan 90 dagen of houden de schuldeisers aan het lijntje en proberen vervolgens, onder aankondiging van een faillissementsdreiging, tegen betaling van slechts een bepaald percentage van de vorderingen, van hun schulden af te komen. Er zijn helaas genoeg bedrijven die daadwerkelijk in financieel zwaar weer zitten, maar er zijn er dus ook die “een slaatje” uit de crisis proberen te slaan, dan wel voor onverwachte (nieuwe) problemen komen te staan en helemaal niet meer kunnen betalen. 

De keuze is aan u: incasseren of het verlies c.q. het risico accepteren. Een goed debiteurenbeleid is echter onmisbaar. Ook al bent u genegen om enige coulance te betrachten, mijn advies is om het openstaande saldo nimmer te ver op te laten lopen en de incassomaatregelen tijdig te starten. 

Ons kantoor is gespecialiseerd in incassozaken, zowel buiten als in rechte. Ook kunnen wij u adviseren omtrent uw debiteuren- en incassobeleid, zodat u de voorfase op de juiste wijze zelf kunt verzorgen.