Het nieuwe tankstation

beheer

Twee jaar geleden werd ik benaderd door een grote autodealer in het zuiden des lands die op dat moment al vanaf 2005 doende was met het verkrijgen van vergunningen voor een nieuw tankstation. De gemeente was welwillend in ruil voor het sluiten van het oude tankstation in de dorpskern. Alleen tijdens de bezwaar- en beroepsprocedures voor de benodigde bouwvergunning en de provinciale uitritvergunning was geen rekening gehouden met een jaloerse concurrent/collega. Die haalde, met succes, alles uit de kast om de bestemmingsplanwijziging en vergunningverlening te frustreren. Ten einde raad, en nadat de bouw wederom werd vertraagd door een geslaagd beroep tegen de verleende bouwvergunning, werd de deskundige hulp van SBM advocaten ingeroepen om de zaak alsnog tot een goed einde te brengen.

Een afspraak werd door mij belegd tussen de gemeentelijke en provinciale ambtenaren. Zij wisten nauwelijks van elkaars bestaan, terwijl ze beiden betrokken waren bij twee vergunningentrajecten voor hetzelfde tankstation. Hierdoor werd bereikt dat de jaloerse concurrent in de verschillende beroepsprocedures niet langer beide overheden met elkaars argumenten tegen elkaar kon uitspelen.

Ook bleek dat vooral het aspect van de verkeersveiligheid rondom het tankstation bij de rechters in Breda en Den Bosch erg gevoelig lag. In beide beroepsprocedures struikelde de verleende vergunning immers op dit punt dat onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd was. Op mijn advies werd er door de gemeente een extern verkeersdeskundige ingeschakeld. De provincie vond dit (helaas) aanvankelijk niet nodig. Zij waren immers deskundig genoeg. Nadat de gemeente opnieuw had beslist over de gegrond verklaarde tekortkomingen in de bouwvergunning, waarbij uitvoerig werd verwezen naar het externe deskundigenrapport, ging de jaloerse collega wederom in beroep bij de Rechtbank Breda. Kort daarop ging diezelfde jaloerse collega ook in beroep bij de Rechtbank Den Bosch tegen de aangepaste provinciale uitritvergunning.

De rechtbank in Breda wees het beroep af. Het eerder aangestipte heikele punt verkeersveiligheid was met het extern deskundigenrapport afdoende en op zorgvuldige wijze gemotiveerd in de nieuwe beslissing over de bouwvergunning. Uiteraard was de jaloerse collega het daar niet mee eens en tekende hij hoger beroep aan bij de Raad van State.

De rechtbank Den Bosch bleef problemen houden met de provinciale motivering rondom het aspect verkeersveiligheid in de aangepaste uitritvergunning. Het namens mijn klant ingediende rapport van de verkeersdeskundige (dat voor rechtbank Breda toereikend was) telde niet mee omdat de provincie dat (helaas en ondanks mijn advies) niet mede aan haar besluit ten grondslag had gelegd. Gevolg was dat de provincie haar huiswerk weer opnieuw kon doen en alsnog een externe verkeersdeskundige in de arm nam. Zij diende immers een nieuw besluit te nemen. Dat besluit was dan weer vatbaar voor beroep.

Om te voorkomen dat de jaloerse collega opnieuw dezelfde rechtsgang naar de rechtbank Den Bosch zou krijgen alvorens de zaak in hoger beroep zou komen bij de Raad van State, tekende ik namens mijn klant/de vergunninghouder zelf hoger beroep aan. Een trouvaille met effect. Beide zaken kwamen nu immers op vrijwel hetzelfde moment bij de Raad van State in hoger beroep. Na wat geduw en getrek bij de griffie van de Raad van State kreeg ik het zelfs voor elkaar om (uit praktische proceseconomische redenen) beide zaken in een gecombineerde zitting behandeld te krijgen. Zes weken later kwamen de verlossende uitspraken. In beide hoger beroepszaken werden de aangevoerde gronden van de jaloerse collega afgewezen en werd vastgesteld dat de vergunningen op correcte wijze waren verleend. Cliënt slaakte een zucht van verlichting nadat hij het goede nieuws vernam. We hadden zijn dag, en wellicht zelfs zijn hele jaar niet beter kunnen maken. Kort daarop haalde ik de dossiers, (ca. halve meter papier) uit de kast om het op te schonen en te archiveren. De pakken papier doorbladerend ontkwam ik niet aan de gedachte dat we in Nederland wel eens doorslaan in onze proceduredrang en regeldrift. Bijna acht jaar bezig zijn voordat de vergunningen definitief rond zijn is echter helaas geen uitzondering. Mocht u ook vastlopen in ruimtelijke procedures dan weet u ons te vinden. Wilt u anderen dit aandoen omdat u het als belanghebbende niet eens bent een nieuwe activiteit in uw buurt, dan weet u ook dat wij als professionals het procedurespel van het bestuursrecht goed beheersen.

(voor de fijnproevers: www.raadvanstate.nl, uitspraken: 201204270 en 201206149)