De bank op de bank

beheer

Ons kantoor wordt regelmatig benaderd door woningeigenaren, die te kampen hebben met hypotheekachterstanden waarbij de banken dreigen met rechtsmaatregelen. Op grond van de standaard hypotheekovereenkomst/akte zijn de banken daartoe gerechtigd. Dat staat buiten kijf. Echter, in veel gevallen gaat het om eigenaren die jarenlang tijdig hebben betaald, maar nu door de crisis (tijdelijk) in zwaar weer zitten. Indien de bank de harde lijn volgt, dreigt onder andere het verlies van woonruimte. Dit is vaak niet het enige grote probleem. Immers, in veel van deze gevallen staat het “huis onder water”. Oftewel, er is sprake van een forse onderwaarde.

Recentelijk is een interessante uitspraak van de kort geding rechter te Amsterdam van 13 mei 2013 gepubliceerd. In deze zaak speelde het volgende.

Eind 2006 zijn eisers eigenaar geworden van het betreffende onroerend goed. Al in 2007 is er een achterstand in de betaling van de hypotheek ontstaan. Vervolgens is een openbare veiling opgestart. Daarvoor is een regeling getroffen, waarbij ook is overeengekomen dat de eigenaren de kosten voor het opstarten van de veiling aan de bank vergoeden. In 2010 en 2012 zijn er opnieuw achterstanden ontstaan, waarvoor eveneens een regeling is getroffen. In 2013 zijn er wederom betalingsachterstanden ontstaan. Vervolgens heeft de bank de hypothecaire geldlening in zijn geheel opgeëist en de openbare verkoop aangekondigd. In deze zaak was dus sprake van een hypotheekachterstand, waarbij er ook nog eens sprake was van “een besmet verleden”. 

De eigenaren hebben daarop een kort geding procedure gestart. In kort geding vorderden zij een verbod op openbare veiling van hun woning. De kort geding rechter heeft deze eis toegewezen. De rechter overwoog daartoe onder andere het volgende.

Er was een hypotheekachterstand van circa € 15.000. Volgens de rechter was dit te overzien, ook omdat de eigenaren beloofd hebben financiële hulp in te schakelen, teneinde de financiën op orde te krijgen. Volgens de rechter maakt de bank onder de gegeven omstandigheden en feiten misbruik van recht door in deze fase tot openbare verkoop over te gaan. De rechter oordeelde dat het in een tijd, waarin het economisch niet goed gaat en veel woningen, zoals ook in dit geval, “onder water staan”, van een bank meer coulance mag worden verwacht dan in economisch goede tijden. Dit heeft tot gevolg dat een bank tot het uiterste dient te gaan voordat zij voor het ingrijpende middel van een openbare veiling kiest. Indien het in redelijkheid nog mogelijk lijkt door middel van een regeling een grote restschuld te voorkomen, dan moet daarvoor worden gekozen. Althans volgens deze rechter. Wel overwoog de rechter dat bij een nieuwe betalingsachterstand het de vraag is of een executieverkoop dan wederom voorkomen zou kunnen worden. De rechter gaf de huiseigenaren dus wel een duidelijke waarschuwing mee.

Mede aan de zorgplicht van de bank werd in deze zaak door de rechter dus grote waarde gehecht. De hypotheekachterstand was te overzien, waarbij eisers volgens de rechter gemotiveerd hebben aangetoond om deze, net als de veilingkosten, te kunnen betalen. Daarom is de openbare verkoop door de rechter buitenproportioneel geacht.

Ter voorkoming van misverstanden: Het betreft een kort geding uitspraak. Het betreft dus bijvoorbeeld geen uitspraak van de Hoge Raad, in Nederland de hoogste gerechtelijke instantie. Echter, dat wil niet zeggen dat deze uitspraak zonder waarde is. Wel blijft het de vraag of een andere rechter in een vergelijkbaar geval ook zo zal beslissen.

Indien nodig, weet u ons te vinden. We staan voor u als een huis!