Wetswijziging gelijke rechten van uitzendkrachten

beheer

Op 1 juli 2012 is de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de “Waadi”, gewijzigd. Enkele jaren geleden is deze wet ingevoerd om uitzendkrachten te beschermen tegen malafide uitzendbureaus. De Waadi moest op grond van Europese regelgeving gewijzigd worden. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

In de Waadi was al bepaald dat uitzendkrachten recht op hetzelfde loon hebben als het loon van een werknemer met eenzelfde functie bij de onderneming waar de uitzendkracht werkt. Echter, de Waadi is nu gewijzigd in die zin dat een uitzendkracht ook ten aanzien van andere belangrijke arbeidsvoorwaarden gelijke rechten heeft. Daaronder bijvoorbeeld te verstaan het recht op gelijke arbeids- en rusttijden, het wel/niet moeten werken op feestdagen, de duur van de vakantie etc.

Verder is in de wet nu uitdrukkelijk opgenomen dat de beschermende voorschriften en maatregelen die in een bedrijf gelden, ook op uitzendkrachten van toepassing zijn. Bij wet is thans ook vastgelegd dat uitzendkrachten dezelfde toegang tot bedrijfsvoorzieningen krijgen als de werknemers met dezelfde functies die in loondienst van het inlenende bedrijf zijn. Het klinkt allemaal logisch en rechtvaardig, maar was het in de praktijk lang niet altijd. Een andere wettelijke verbetering is dat vacatures binnen het inlenende bedrijf nu tijdig en voldoende duidelijk aan de uitzendkrachten die daar werken, bekend moeten worden gemaakt. In het verleden was het zo dat het de inlener contractueel veelal verboden was om de uitzendkracht zomaar in loondienst te nemen. Aan de wet is nu echter het zogenaamde “belemmeringsverbod” toegevoegd. Dit betekent dat het de uitlenende onderneming is verboden om na afloop van de uitzendperiode, het ontstaan van een arbeidsovereenkomst tussen de inlener en de uitzendkracht te belemmeren. De uitlener kan nu nog wel een redelijke vergoeding bedingen voor de verleende diensten die verband houden met de terbeschikkingstelling, werving of opleiding van de uitzendkracht.

Los van de betere rechten voor uitzendkrachten is er nog een andere wetswijziging, die zowel voor uitlenende als inlenende ondernemingen grote gevolgen kan hebben.

De wet verstaat onder “ter beschikking stellen”: “Het tegen vergoeding ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan een ander, voor het onder diens toezicht of leiding, anders dan krachtens een met deze gesloten arbeidsovereenkomst, verrichten van arbeid.” Door de wetswijziging is het bereik van de wet veel breder geworden. Ook indien een bedrijf incidenteel personeel uitleent aan een ander bedrijf, kan men onder het bereik van deze wet vallen. Een bedrijf dat geen uitzendbureau is kan nu dus ook onder het bereik van deze wet vallen. Een voorbeeld: Een advocatenkantoor dat een advocaat in loondienst voor één dag in de week uitleent aan een klant om een reorganisatie te begeleiden of een aannemersbedrijf dat een timmerman uitleent aan een ander aannemersbedrijf. Een bedrijf dat onder deze wet valt en dus (naar de letter van deze wet) personeel uitzendt of detacheert, moet zich verplicht laten registreren in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Een en ander zal worden gecontroleerd door de inspectie SZW. Indien blijkt dat een uitlenend bedrijf niet heeft voldaan aan de registratieplicht, kan dit leiden tot een boete van € 12.000 per arbeidskracht, die bij recidive kan oplopen tot € 76.000. Echter, ook het inlenende bedrijf is dan een boete verschuldigd. Het is voor de inlenende onderneming dan ook van groot belang om vooraf te verifiëren of de uitlenende partij zich heeft ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Veel ondernemingen staan hier nog niet bij stil.

De wetswijziging heeft dus belangrijke wijzigingen voor zowel uitzendkrachten als werkgevers tot gevolg. Heeft u als uitzendkracht of werkgever een vraag, wij staan graag voor u klaar!