Social Media en het arbeidsrecht

beheer

Wie kent ze niet: LinkedIn, Twitter, Facebook en Hyves; social media van de eerste orde. Toch geweldig om bijvoorbeeld met Twitter de wereld deelgenoot te maken van het feit dat je bezig bent om een heerlijk bord zelfgemaakte erwtensoep te verorberen. Of nog mooier: trots tegen je vrienden te kunnen vertellen dat je inmiddels op je LinkedIn 500+ relaties hebt en dat daar zelfs de minister president bij staat. Veel mensen realiseren zich echter niet dat het gebruik van social media hen heel duur kan komen te staan.

Veel werknemers zijn gebonden aan een zogenaamd relatiebeding, dat veelal in hun arbeidsovereenkomst is opgenomen. In dat beding is een verbod opgenomen om na beëindiging van de arbeidsovereenkomst gedurende een bepaalde periode contact te onderhouden met de zakelijke relaties van de werkgever. Doel van dat beding is natuurlijk om te voorkomen dat relaties van de voormalige werkgever door de ex-werknemer worden weggekaapt. Zo was er bijvoorbeeld iemand die na zijn ontslag een relatie van zijn voormalige werkgever had toegevoegd aan zijn LinkedIn-netwerk. Die relatie was overigens expliciet genoemd in het relatiebeding dat die persoon met zijn voormalige werkgever was overeengekomen. De rechter was van oordeel dat hij hiermee het relatiebeding had overtreden. De werknemer moest de contractueel overeengekomen boete van € 20.000,-- aan zijn vorige werkgever betalen. Duur netwerkje. Van belang in die kwestie was volgens de rechter overigens dat bij LinkedIn  – net als bij Facebook – een contact pas tot stand komt, nadat beide personen daarvoor toestemming hebben gegeven. Voorts was van belang dat LinkedIn een zakelijk netwerk betreft.

Het feit dat bij Facebook en LinkedIn zowel een uitnodiging als de aanvaarding van die uitnodiging nodig zijn om het contact tot stand te brengen, kan juridisch relevant zijn. Twitterberichten daarentegen kunnen eenzijdig zijn. Zo werd een ex-werknemer, die bij haar vorige werkgever de functie van recruiter had,  beschuldigd van overtreding van het relatiebeding waaraan ze gebonden was, omdat ze via Twitter op zoek was naar kandidaten voor een bepaalde functie. De rechter (in Den Haag) vond dat met het verzenden van dergelijke twitterberichten geen sprake was van het onderhouden van “zakelijke contacten”, zoals door het relatiebeding verboden was. Ook, zo vond de rechter, was van overtreding geen sprake indien de “volgers” werden betrokken. Het volgen op Twitter is immers, zo werd door de rechter geoordeeld,  een eenzijdige actie vanuit de volger en niet specifiek geïnitieerd vanuit de eigenaar van het gevolgde twitteraccount. Zoals hiervoor al gezegd: een uitnodiging daarvoor en de acceptatie daarvan zijn (anders dan bij Facebook en LinkedIn) niet nodig. De rechter oordeelde dat Twitter in deze vorm eigenlijk een vorm van adverteren inhield en dat was door het relatiebeding niet verboden.

In een Facebook-zaak oordeelde de rechtbank Rotterdam echter anders. De Rotterdamse rechtbank was in een zaak van mening dat het plaatsen van berichten op Facebook wel een overtreding van het relatiebeding oplevert, ook al was niet aangetoond dat de betreffende ex-werknemer op Facebook “bevriend” is met relaties van de ex-werkgever. De rechter vond in dit kader namelijk voldoende van belang dat de berichten de klanten van de ex-werkgever hebben kunnen bereiken. Irrelevant werd geacht of de berichten de klanten daadwerkelijk hadden bereikt. De ex-werknemer moest een boete van € 19.500,-- betalen.

De conclusie is dan ook dat in de rechtspraak nog niet een duidelijke lijn bestaat over de vraag wanneer er sprake is van overtreding van een relatiebeding in geval van het gebruik van social media. Voorzichtigheid blijft geboden voor werknemers. Werkgevers dienen zich te realiseren dat in de wereld van social media de relatiebedingen in haar huidige vormen wellicht niet meer volstaan. Voor een werkgever is het dus van belang om te overwegen om de werking van het relatiebeding uit te breiden, zodat concurrerend gebruik van social media door ex-werknemers eveneens wordt verboden. SBM Advocaten kan u hierbij behulpzaam zijn.