Privacy en Recht

beheer

Privacy is een afweerrecht dat de persoonlijke levenssfeer beschermt. Het zal de komende jaren nog meer onder de aandacht komen dan het nu al is. Naarmate er meer informatie digitaal wordt opgeslagen en computersystemen van overheden, bankinstellingen en andere particuliere organisaties met elkaar worden verbonden, zal de roep om terughoudendheid en toezicht toenemen. Er bestaat in ons land niet een specifieke wet waarin alle regels rondom privacy zijn gebundeld. Het onderwerp privacy doemt immers op bij de meest uiteenlopende onderwerpen die zich niet laten vangen in een wet. Als voorbeeld noem ik: Tom Tom die reisbestemmingen, snelheden etc. bleek uit te lezen en deze informatie verkocht aan KLPD, het opstellen en uitwisselen van zwarte lijsten door hotels en autoverhuurbedrijven, het uitwisselen van verzuimregistraties door een arbodienst aan werkgevers, het plaatsen van cameratoezicht in winkelcentra, boven snelwegen, op NS stations en luchthavens, het Elektronisch Patiënten Dossier dat beoogde medische informatie centraal te bewaren zodat medisch behandelaars en hulpverleners direct alle relevante informatie over een patiënt krijgen.

De overheid tracht wel een scheidslijn aan te brengen in wat wel en niet is toegestaan,  maar dit blijkt een weerbarstige materie. Op Europees niveau is er in 1995 een Privacy Richtlijn vastgesteld die door de snelle technologische ontwikkelingen alweer achterhaald is. Er wordt gewerkt aan een uitbreiding en aanscherping van de Europese Data Protection Directive. Op deze wijze wordt op Europees niveau getracht om een integrale Privacy regeling samen te stellen. Deze regeling is in de ogen van Nederlandse politici zwakker dan de Nederlandse privacyregels en regels voor bescherming van persoonlijke data.

Ook al is deze nieuwe Europese richtlijn niet streng genoeg, het noopte nu al tal van grote organisaties als Google en Faceboek om hun privacyregels aan te passen, omdat zij in strijd handelde met datgene dat wij in Europa als minimumeis opleggen.

In Nederland is een belangrijke rol weggelegd voor College Bescherming Persoonsgegevens Zij ziet erop toe dat persoonsgegevens zorgvuldig worden gebruikt en de privacy wordt gewaarborgd. Dit College heeft in de afgelopen jaren veel als waakhond en aanjager gefungeerd maar is ook bevoegd om hoge boetes op te leggen. Hoewel ze geen rechtsprekende macht heeft, wordt het oordeel van het CBP wel ‘meegewogen’ bij een uiteindelijke oordeel in rechtszaken. Zo ligt de vraag voor van een aantal FC Utrecht-supporters of het publiceren van hun foto op TV en politiewebsites wel terecht en proportioneel was. Ze werden immers uitsluitend verdacht en niet wettig en overtuigend veroordeeld voor een vergrijp, maar staan wel met foto in de krant en gestigmatiseerd als dader. 

Privacy regels kunnen ook doorslaan en leiden tot (on)bedoelde frustratie van goed georganiseerde services en diensten. Met te strikte privacy regels riskeer je dat diensten waarbij de burger voordeel heeft - zoals sociale zekerheid en gezondheidszorg - aan een veel hogere prijs geleverd moeten worden, omdat er allerlei bijkomende privacy-eisen worden gesteld. Zo is het doel van het Centraal Patiënten Dossier perfect en spaart een goed functionerend systeem veel kosten (en zelfs levens!) uit. Het is echter met name de angst dat die gegevens onder ogen van onbevoegden komen, die de weerstand tegen het patiëntendossier heeft gevoed. 

Ook het kort geding dat enkele huurders hebben aangespannen tegen de Staat der Nederlanden omdat de Belastingdienst hun inkomensgegevens heeft verstrekt aan woningbouwcorporaties is gebaseerd op schending van de privacy, terwijl het werkelijke bezwaar is dat men geen zin heeft om een hogere huur te betalen. Het alternatief kan zijn om iedere huurder standaard 5% extra huurverhoging op te leggen waarbij diegene die kan aantonen dat hij minder verdient dat de norm alsnog huurverlaging krijgt. Dit leidt wel tot veel meer administratie en de dus kosten waar niemand op zit te wachten. Wellicht kan een koppeling met het wel of niet krijgen van huurtoeslag een oplossing zijn om zgn. scheefwoners te signaleren.

Tenslotte is het cameratoezicht in algemene ruimten en in besloten ruimten (discotheken, werkvloer, garages etc.) de laatste jaren sterk toegenomen. Bij algemeen toegankelijke ruimtes is het een geaccepteerd fenomeen. In besloten ruimtes, zoals winkels, moet er expliciet melding van worden gemaakt dat er sprake is van cameratoezicht en voor de werkplek geldt zelfs dat cameratoezicht door de werkgever vooraf moet zijn bedongen (in bijvoorbeeld een personeelsreglement) en dat er een concrete aanleiding / verdenking moet zijn op grond waarvan is besloten tot het gebruik van camera’s. Doet men dit niet, dan zal een werknemer niet strafrechtelijk vervolgd kunnen worden omdat het bewijs ‘onrechtmatig’ is verkregen en ontaardt een ontslag op staande voet niet in een discussie of het vergrijp is gepleegd, maar of de werkgever dit wel had mogen filmen.

Kortom: Big Brother is watching us! Enerzijds is dat geruststellend en dient het de veiligheid en het algemeen belang. Anderzijds ligt het gevaar op de loer dat er een ernstige inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer.