Ontslagbescherming voor ZZP-ers

beheer

De totale werkzame beroepsbevolking bestaat in Nederland uit ruim 7 miljoen personen. Het aantal ZZP’ers in Nederland bedraagt ongeveer 740.000. Dit is maar liefst 10% van die beroepsbevolking. Dat is dus nogal wat. Een ZZP’er is een Zelfstandige Zonder Personeel. De ZZP’er is een kleine ondernemer die veelal zijn onderneming als een eenmanszaak drijft en zich “verhuurt”aan een opdrachtgever voor het persoonlijk verrichten van bepaalde werkzaamheden in bedrijfssectoren zoals de ICT, bouw, zorg en transport. De ZZP’er is geen werknemer. Daarom kan een ZZP’er ook zo interessant zijn voor een opdrachtgever. De overeenkomst is op zich eenvoudig te beëindigen en de regels voor ontslag zijn niet van toepassing, zo wordt door menig opdrachtgever gedacht. Toch is dit een misvatting, zo laat een recente uitspraak van de rechter in Rotterdam weer zien.

Al gedurende heel veel jaren was een journaliste als ZZP’er werkzaam voor een Nederlands dagblad. Maandelijks schreef zij voor die krant een aantal recepten voor een kookrubriek. Er was geen sprake van een arbeidsovereenkomst. Elke maand stuurde de journaliste een factuur die vervolgens werd betaald. Op enig moment had de krant geen behoefte meer aan de culinaire bijdrage van de journaliste, waarop de krant de overeenkomst met haar opzegde.

In het arbeidsrecht is, wil een werkgever een arbeidsovereenkomst rechtsgeldig kunnen opzeggen, een voorafgaande ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf nodig. Die had de krant niet aangevraagd omdat, zo stelde deze, er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.

De journaliste was het daarmee niet eens. Zij was van mening dat, ondanks het feit dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst, de krant toch een ontslagvergunning moest aanvragen. Zij beriep zich erop dat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA), dat onder meer de verplichting oplegt aan een werkgever om voorafgaande toestemming te vragen voor het mogen opzeggen van een arbeidsverhouding, in dit kader niet spreekt over een arbeidsovereenkomst, maar over een “arbeidsverhouding”, hetgeen een breder begrip is. Volgens het BBA moet een ontslagvergunning ook worden aangevraagd als het gaat om een ZZP’er die zijn arbeid voor de opdrachtgever persoonlijk verricht, tenzij:

  1. de ZZP’er zijn werkzaamheden in de regel voor meer dan twee andere opdrachtgevers verricht, of
  2. de ZZP’er zich door meer dan twee anderen (niet zijn partner of inwonende kinderen) laat bijstaan, of
  3. de werkzaamheden voor de ZZP’er slechts van bijkomstige aard zijn.

De rechter stelde vast dat in dit geval niet werd voldaan de hiervoor omschreven drie uitzonderingen. Voorts stelde de rechter vast dat de journaliste wel degelijk verplicht was om de werkzaamheden persoonlijk te verrichten. Zij mocht zich weliswaar laten vervangen door andere culinaire columnisten, maar de krant had de verplichting opgelegd om bij vervanging gebruik te maken van slechts vier andere journalisten. Dit vond de rechter onvoldoende om aan te nemen dat de journaliste niet verplicht was om het werk persoonlijk te verrichten.

De opzegging door de krant had dan ook niet rechtsgeldig plaatsgehad, zodat het honorarium van de journaliste moest worden doorbetaald totdat de overeenkomst met de journaliste wel rechtsgeldig was geëindigd. De ZZP’er geniet dus soms toch ontslagbescherming.

Voor de duidelijkheid: het voorgaande heeft niets van doen met een zogenaamde VAR-verklaring. Dat heeft uitsluitend te maken met de fiscale aspecten van het zelfstandig ondernemerschap van een ZZP’er.

Bent u ZZP’er of wellicht opdrachtgever van dergelijke zelfstandigen dan kan het geen kwaad om u te laten informeren omtrent uw rechtspositie.

SBM Advocaten kan u daarbij behulpzaam zijn.