Het niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant

beheer

Een echtscheidingsconvenant is een overeenkomst tussen ex-echtgenoten waarin alle zaken rondom de echtscheiding worden geregeld. Veelal komt in een echtscheidingsconvenant ook het onderwerp alimentatie aan bod. Alimentatie wordt normaliter vastgesteld aan de hand van de behoefte van de ontvangende partij en de draagkracht van de betalende partij. Het komt ook voor dat daarnaast nog rekening gehouden wordt met bijvoorbeeld de wens van beide partijen dat de vrouw in de voormalige echtelijke woning kan blijven wonen of een andere reden waarom een bepaald bedrag aan alimentatie wenselijk is. Een eenmaal vastgestelde alimentatie kan later op verzoek van een partij door de rechter gewijzigd worden als er sprake is van een wijziging van omstandigheden. In het voorbeeld dat ik noemde waar de alimentatie werd vastgesteld op een bepaald bedrag om de vrouw in staat te stellen een woning te kunnen kopen, is het uiteraard niet wenselijk dat de alimentatie gewijzigd kan worden. Partijen kunnen om die reden besluiten om in het convenant een bepaald bedrag aan alimentatie af te spreken en daarbij een niet-wijzigingsbeding op te nemen. Een niet-wijzigingsbeding is een schriftelijke afspraak tussen partijen dat een overeenkomst niet bij rechterlijke uitspraak kan worden gewijzigd, ook niet als de omstandigheden inmiddels zijn veranderd. Een dergelijk beding biedt partijen zekerheid, doch moeten partijen zich wel realiseren dat het tot lastige situaties kan leiden, indien de betalende partij bijvoorbeeld zonder inkomen komt te zitten. Een daling van het inkomen zal onder normale omstandigheden een zodanige wijziging van omstandigheden zijn dat de rechter de draagkracht opnieuw vast zal stellen en wellicht op een lagere alimentatieverplichting uit komt. Hebben partijen echter een niet-wijzigingsbeding opgenomen, dan wordt dat een stuk lastiger.

De Hoge Raad zegt hierover dat wijziging van het overeengekomene terwijl een niet-wijzigingsbeding is opgenomen slechts mogelijk is indien een totale wanverhouding is ontstaan tussen datgene wat partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond en hetgeen dat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. De Hoge Raad noemt daarbij de omstandigheden die daarbij in ogenschouw moeten worden genomen. Zo moet er sprake zijn van een ingrijpende wijziging van omstandigheden in de zin van de wet,  moet bekeken worden of er met de mogelijkheid van de opgetreden wijziging reeds rekening gehouden was bij het opstellen van het convenant, is van belang of de wijziging verwijtbaar is en er moet rekening gehouden worden met de samenhang met andere afspraken in het convenant.

Hiermee heeft de Hoge Raad dus een mogelijkheid gegeven om ondanks een opgenomen niet-wijzigingsbeding tot een wijziging van de overeengekomen alimentatie te komen. Er wordt door de rechters echter zeer terughoudend van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en er wordt heel specifiek naar de omstandigheden van het geval gekeken.

Kortom een niet-wijzigingsbeding kan een heel goed instrument zijn om op te nemen in een echtscheidingsconvenant en het biedt partijen veel zekerheid, echter het heeft ook een keerzijde indien de omstandigheden in bepaalde mate wijzigen waardoor het lastig kan worden om aan de alimentatieverplichtingen te blijven voldoen maar er nog geen sprake is van de door de Hoge Raad bedoelde wanverhouding. Het is dus uiterst raadzaam om u goed te laten informeren over de inhoud van uw echtscheidingsconvenant. De advocaten bij SBM zijn u daarbij graag van dienst!