Geld lenen in familieverband

beheer

Onlangs werd ik benaderd door een cliënt met het verzoek om te zorgen dat het geld, dat hij aan zijn zuster had uitgeleend, zou worden terugbetaald. Er was ook nog haast bij want hun ouders waren overleden en het ouderlijk huis, dat destijds op naam van cliënt en zijn zuster was gezet, was verkocht en zou binnen zes weken bij de notaris worden overgedragen.

Uiteraard was de eerste vraag hoe hoog die lening was. Het bleek om ƒ 30.000,-- te gaan, betaald in twee afzonderlijke spoedopdrachten in 1988. Zuster had geld nodig in verband met de aankoop en inrichting van een nieuw appartement. Mijn volgende vraag was wat er tussen cliënt en zijn zuster was afgesproken en wat hiervan op papier stond. Die vraag bleek al lastiger te beantwoorden. Er was niets zwart op wit gezet, laat staan dat er een zgn. goedschrift was uitgeschreven door de schuldenaar waarin zij handgeschreven vermeldt: ‘goed voor dertigduizend gulden’. Was dat wel gebeurd, dan had een dergelijke overeenkomst met goedschrift dwingend bewijs gehad! Maar ook zonder goedschrift zou ik al blij zijn geweest met een handtekening van zijn zuster onder een geldleningovereenkomst. Ook over rente was niets afgesproken. Cliënt had wel berekend dat hij, met wettelijke rente, € 36.500,-- zou dienen terug te krijgen.

Op mijn vraag waarom hij zelf geen contact opnam met zijn zuster om over de lening en het moment van terugbetaling te praten, gaf hij als antwoord dat hij sinds 1996 geen enkel contact meer had gehad met haar. Ze waren gebrouilleerd geraakt. Zelfs bij de begrafenis van hun vader hadden ze niet met elkaar gesproken, dus ook niet over de lening en de terugbetaling. Enkele brieven en e-mails bleven nadien onbeantwoord door zuster en uit niets bleek aantoonbaar dat zuster geld had geleend van cliënt. De betalingsbewijzen die hij mij liet zien waren zgn. overschrijfformulieren waarin hij zijn bank opdracht gaf om over te gaan tot een spoedbetaling. Op zijn bankafschrift stond ‘spoed / kasopname’ want kennelijk werden spoedopdrachten in de 80-er jaren door de bank op deze manier geregistreerd. Een telefoontje naar de locale bankdirecteur die de stem van rekeninghouder herkende, was genoeg om handmatig een spoedbetaling uit te voeren. Alleen de ontvangende partij werd helaas niet vermeld op het bankafschrift. Terwijl cliënt overtuigd was van zijn gelijk, moest ik hem erop wijzen dat hij juridisch een uitermate zwakke bewijspositie had. Sterker nog: een procedure starten moest ik hem ontraden op basis van de informatie en stukken die hij mij gaf. Dat maakte voor cliënt niet uit. “Gewoon beslag leggen onder de notaris en dan zouden we wel gaan rechten”, was zijn devies. Om toch zijn zuster onder druk te zetten, besloot ik haar een uitgebreide brief te sturen, waarin ik uitvoerig in ging op de geldlening, de bedragen en tijdstippen van betaling, het logische moment van terugbetaling etc. Ook bevatte de brief een formele opzeggingshandeling van de geldlening van ƒ 30.000,-- en deed ik het voorstel om de hoofdsom met een lage rentevergoeding bij de notaris te verrekenen met de uitbetaling van de koopsom van de ouderlijke woning. Tenslotte werd vermeld dat bij uitblijven van instemming met dit aanbod er beslag op de koopsom zou worden gelegd en een lange en kostbare procedure zou volgen. De brief werkte laxerend. Er volgde een reactie van haar advocaat. Die betwistte dat er rente was overeengekomen. Ook kon de zuster zich de geldbedragen niet meer exact herinneren en dacht zij dat het schenkingen waren geweest. Er werd zelfs een tegenvoorstel gedaan. Kortom: zijn zuster was bereid tot betaling. Uiteindelijk is onder druk van de dreigende beslaglegging en met veel loven en bieden een hoger geldbedrag overeengekomen. Het was aanmerkelijk lager dan het bedrag dat mijn cliënt eerst had berekend met rente. Het was aanmerkelijk meer dan niets. In een gerechtelijke procedure zou cliënt m.i. niets toegewezen krijgen. Zo’n procedure was kansloos geweest.

Aan het gezegde: ‘met familie moet je wandelen en niet handelen’ heb ik mijn cliënt maar niet herinnerd. Als je dan toch in familieverband geld aan elkaar uitleent, leg de condities dan goed vast in een geldleningovereenkomst (met goedschrift) en betaal via de bank aan diegene die het geld leent met vermelding “geldlening + % rente”.  Dat voorkomt bewijsproblemen.