Compensatie bij langdurige vertraging?

beheer

Velen van u zullen de druilerige zomer in Nederland letterlijk ontvluchten door op het vliegtuig naar zonnigere oorden te stappen. Als passagier loopt u uiteraard kans op vertraging of annulering van de vlucht. Naast de ergernis die dit uiteraard oplevert, kan dit tevens schade opleveren voor de gedupeerde passagier.

Een Europese verordening uit 2005 geeft u als passagier van een lang vertraagde of geannuleerde vlucht het recht op compensatie. Deze Europese verordening maakt echter onderscheid tussen vertraging en annulering. Bij annulering van de vlucht, waarbij u minimaal 3 uur later dan gepland op uw eindbestemming aankomt, heeft u recht op bijstand en terugbetaling van uw ticket en een vaste vergoeding van maximaal € 600,-- per persoon. De bijstand bestaat ondermeer uit maaltijden, hotelovernachtingen (indien nodig) en vervoer van en naar de luchthaven.

Indien de vlucht niet wordt geannuleerd maar wel flink vertraagd is, waardoor u wellicht veel meer dan 3 uur later op uw eindbestemming aankomt, heeft u op grond van genoemde verordening slechts recht op bijstand en niet op compensatie.

In een zaak die werd voorgelegd aan een Nederlandse rechter, werd door de Nederlandse rechter zodanig aan de uitleg van de Europese verordening getwijfeld dat deze ervoor gekozen heeft een prejudiciële vraag te stellen aan het Europese Hof van Justitie. Een prejudiciële vraag is een vraag van een rechter aan het Europese Hof van Justitie over de uitleg of geldigheid van Europese regels.

Het Europese Hof van Justitie heeft in het Sturgeon arrest dat in november 2009 is gewezen, bepaald dat langdurige vertraging, dat wil zeggen vertraging van meer dan 3 uur, gelijk gesteld dient te worden met annulering. Als argument voerde het Europese Hof van Justitie aan, dat het in de Europese verordening gemaakte onderscheid tussen vertraging vanwege annulering en langdurige vertraging zonder annulering in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.

In de praktijk blijkt echter dat luchtvaartmaatschappijen niet happig zijn op uitbetaling van compensatie. Zij blijven zich dan ook beroepen op het Verdrag van Montreal, een verdrag dat weer hoger in rangorde is dan de Europese verordening. Volgens het Verdrag van Montreal hebben passagiers niet zonder meer recht op compensatie maar moeten zij hun schade aantonen. Daarbij komt dat volgens de luchtvaartmaatschappijen geen verplichting tot compensatie zou bestaan, indien de vertraging wordt veroorzaakt door een technisch mankement, aangezien dan sprake zou zijn van overmacht. Om deze kwestie helder te krijgen zijn wederom prejudiciële vragen nodig, aldus de luchtvaartmaatschappijen.

Begin 2011 zijn echter twee passagiers door de kantonrechter te Den Haag en Haarlem, zonder het stellen van prejudiciële vragen, in het gelijk gesteld. De betreffende luchtvaartmaatschappijen werden door de rechter veroordeeld tot het betalen van compensatie aan de passagiers die langdurige vertraging hadden opgelopen.

Helaas betekent dit nog niet eind goed al goed, want de kantonrechter te Breda achtte het wel degelijk nodig om prejudiciële vragen over dit onderwerp te stellen. Een antwoord van het Europese Hof is nog niet gekomen, dus de uitkomst van een ingestelde vordering tot betaling van compensatie blijft voorlopig nog onzeker. Dit neemt uiteraard niet weg dat u geen compensatie kunt claimen indien u een langdurige vertraging heeft opgelopen. Het valt aan te raden van een opgelopen langdurige vertraging zo spoedig mogelijk melding te maken bij uw luchtvaartmaatschappij en, in het geval een afwijzing volgt, is het vragen van aanvullend juridisch advies aan te raden. Uiteraard kunt u hiervoor bij SBM advocaten terecht!