Rechterlijke Uitspraken

beheer

>In ons rechtsbestel is bepaald, dat bij geschillen uiteindelijk het oordeel van de rechter bepalend is. In feite zijn dit de spelregels van onze geciviliseerde samenleving om te voorkomen dat mensen elkaar de kop in slaan en alleen het recht van de sterkste zegeviert.

 
De rechter is onpartijdig en mag niet vooringenomen een beslissing nemen. In heel veel gevallen gaat het goed. Als een partij het niet eens is met een rechterlijke uitspraak, is er vaak de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan zodat een andere rechter nogmaals de zaak in volle omvang bekijkt en beoordeelt.
 
Toch is er in de afgelopen jaren een aantal uitspraken geweest die hebben geleid tot forse kritiek, maatschappelijk onbegrip en zelfs tot herziening van eerder gewezen vonnissen. De Schiedamse parkmoordzaak, de weduwe Wittenberg-affaire, De Puttense moordzaak en vrijspraak van Lucia de B zijn enkele voorbeelden van zaken waar grote twijfel was aan de juistheid van het oordeel van rechters. Soms zelfs met gevolg dat de veroordeelden jaren later alsnog werd vrijgesproken. Met de kennis van nu, blijkt bij reconstructie dat er sprake was van een combinatie van tunnelvisie, te hoge werkdruk, onjuist gelezen deskundigenrapporten etc. Ook het heenzenden met proefverlof van delinquenten zoals Saban B., die vervolgens verdwijnt naar het buitenland of de fataal gebleken voorlopige invrijheidstelling van een man die zijn vrouw uit eerwraak vermoordde, leidde niet alleen in de Telegraaf tot grote verontwaardiging.
 
Dat de autoriteit van gezagsdragers in Nederland aan inflatie onderhevig is, heeft menig politieagent, bewindspersoon en burgemeester al aan den lijve ondervonden. De rechters waren tot voor kort redelijk gespaard gebleven. Door een aantal rechterlijke blunders en bijvoorbeeld een strafprocedure tegen een (inmiddels ex) rechter die aantoonbaar meineed heeft gepleegd, bladdert het onvoorwaardelijke vertrouwen wel af. Het negeren van een rechterlijk verbod door Peter R. de Vries door toch een tv-programma uit te zenden en de dwangsom voor lief te nemen, kan hier ook niet los van worden gezien.
 
Als advocaat ben ik de laatste die zal zeggen dat een rechter geen fouten mag maken. Dat laat onverlet dat onze praktijk ook met enige regelmaat tegen uitspraken aanloopt, die nauwelijks uit te leggen zijn. Met name het ontslagrecht wordt door menigeen als een tombola beschouwd. Hetzelfde feitencomplex voorleggen aan verschillende kantonrechters, leverde fors uiteenlopende beslissingen en ontslagvergoedingen op. Soms blijkt dat de sociale inborst en/of zieligheidsfactor daarbij een rol vervult. De financiële gevolgen voor een werknemer die op staande voet ontslagen is vanwege fraude, zijn kennelijk te groot waardoor het ontslag op staande voet wordt afgewezen. Een werknemer die wordt ontslagen, omdat hij weigert passend werk te verrichten, terwijl zowel de arbo-arts als het UWV oordeelt dat de werknemer daartoe wel in staat moet worden geacht, vindt een (overigens ook regelmatig rijdende) kantonrechter uit Zaandam aan zijn zijde. Deze overweegt dat een werkgever in beginsel over kan gaan tot ontslag, als een werknemer hardnekkig weigert passende werkzaamheden te verrichten waartoe hij door de bedrijfsarts en UWV in staat wordt geacht. Desondanks is de rechter er niet gerust op dat het klachtenpatroon van de werknemer voldoende is meegewogen door de artsen. In het vonnis geeft de kantonrechter aan, dat hij ter zitting een man heeft gezien die nauwelijks kan lopen, een trillende motoriek heeft en een zieke en overspannen indruk maakt. De rechter beoordeelt zelf de arbeids(on)geschiktheid van de werknemer(!) op basis van wat hij op de zitting constateert en legt daarbij de conclusie van de bedrijfsarts en het UWV naast zich neer.
Zijn conclusie is dat de werknemer niet kan werken. Kennelijk waren de gevolgen van het ontslag op staande voet te groot, terwijl het feitencomplex duidt op werkweigering. De juridische consequentie van dat feitencomplex is normaliter, dat ontslag op staande voet terecht is, alleen weet je pas achteraf of een rechter dat ook vindt.
 
Kortom: ook rechterlijke vonnissen bevatten soms onverklaarbare overwegingen die bepalend zijn voor de uitkomst. Als een uitspraak echt te gortig is, biedt een hoger beroep uitkomst. Alleen in procedures voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst zult u het meestal moeten doen met de uitspraak die er ligt. Daartegen is in beginsel geen hoger beroep mogelijk tenzij er sprake is van een evidente misslag.
 
Mr. W.A.L.D.I. van Slagmaat