Gefaseerde invoering politiestrafbeschikking

beheer

Tot 1 april 2010 ontving men bij overtreding van de wet een geldboete via een (politie)transactie. Vanaf 1 april 2010 werken politieagenten, maar ook andere (buitengewone) opsporingsambtenaren in het geval de sanctie een geldboete betreft, met een zogeheten politiestrafbeschikking, die ik gemakshalve in het vervolg aanduid als strafbeschikking. Dus ook bijvoorbeeld treinconducteurs, controleurs van busmaatschappijen, boswachters mogen een dergelijke strafbeschikking opleggen. Deze wijziging is een gevolg van de Wet OM-afdoening die in 2008 is ingevoerd. Deze wet is ervoor bedoeld om de rechtshandhaving efficiënter te laten verlopen en onder andere de (werk)druk voor de rechters te verminderen. Relatief simpele zaken worden niet langer door de rechter afgedaan, maar door de opsporingsambtenaren zelf en het openbaar ministerie. De verwachting is dat de rechters zodoende meer tijd hebben voor de overige, meer ingewikkelde, zaken. Het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) verstuurt de strafbeschikking en draagt zorg voor de incasso ervan.

Het systeem van de strafbeschikking wordt gefaseerd ingevoerd. In de arrondissementen Utrecht, Zwolle, Almelo en Leylstad werkt men inmiddels al met strafbeschikkingen. De politietransactie komt uiteindelijk geheel te vervallen.
 
Wat heeft dit voor u als burger tot gevolg? Op zich zijn de consequenties beperkt. De geldboetes zijn niet hoger of lager dan in het geval van de politietransactie. Ook blijven de geldboetes voor dezelfde overtredingen uit te schrijven. U weet het vast wel, maar u kunt dergelijke geldboetes opgelegd krijgen voor roken op stations, burengerucht, zonder geldige akte vissen, beschadigen van bomen en planten, wildplassen etc. Bij overtreding en staande houden, krijgt men, net als vroeger het geval was, de boete uitgereikt door de opsporingsambtenaar.
 
Er is echter wel één belangrijk verschil. In het oude systeem was het zo dat het openbaar ministerie de verdachte dagvaardde indien deze de transactie niet betaalde. Bij de strafbeschikking is dat niet meer het geval. Is de verdachte het niet eens met de opgelegde boete, dan kan hij daarover klagen bij het openbaar ministerie. Indien men wilt dat de rechter een oordeel velt, moet men daartoe zelf het initiatief nemen en zogeheten verzet instellen.
 
Er zijn kritieken inhoudende dat de werkdruk zodoende alleen maar wordt verlegd naar een ander overheidsorgaan, namelijk het openbaar ministerie. Voorstanders dichten het openbaar ministerie een voldoende afhankelijke rol toe om klachten neutraal te beoordelen waardoor een gang naar de rechter minder snel plaatsvindt. In dat laatste geval is het beoogde doel bereikt. Het is afwachten hoe dit in de praktijk zal gaan. Over een paar jaar kunnen we de balans daarover pas goed opmaken. Persoonlijk verwacht ik dat de voordelen groter zullen zijn dan de nadelen, hoe gek dat misschien als advocaat ook mag klinken. In veel van dit soort gevallen is er namelijk waterdicht bewijs en verschijnt de verdachte zeer vaak niet tijdens terechtzittingen, waardoor de rechterlijke macht onnodig wordt belast en de verdachte, uitzonderingen daargelaten, kennelijk geen gebruik wenst te maken van zijn recht zijn zegje te doen. Door het initiatief bij de verdachte te laten om de kwestie aan de rechter voor te leggen, verwacht ik dat vrijwel uitsluitend diegene die het er echt niet mee eens is en een rechterlijke toetsing wensen, van de mogelijkheid van verzet gebruik zullen maken.