Ouderlijk gezag

beheer

Minderjarigen in Nederland staan volgens de wet onder gezag. Heeft men het over ouderlijk gezag, dan wordt daarmee bedoeld het gezag dat wordt uitgeoefend door twee ouders (gezamenlijk ouderlijk gezag) of door één ouder (eenhoofdig ouderlijk gezag). In het geval het gezag wordt uitgeoefend door een ouder en een niet-ouder samen, spreekt men van gezamenlijk gezag.

De ouders van Laura Dekker, het 13-jarige meisje dat van plan is binnenkort een solozeiltocht om de wereld te maken (afgelopen week in het nieuws), behouden het ouderlijk gezag over hun kind. De rechtbank heeft dit gezag op vrijdag 28 augustus 2009 echter wel beperkt door een voorlopige ondertoezichtstelling uit te spreken. De Raad voor de Kinderbescherming had de rechtbank verzocht om de ouders te schorsen uit het gezag over Laura, in verband met haar voorgenomen reis, die de ouders niet willen tegenhouden. Die reis brengt, volgens de Raad, onverantwoorde risico’s met zich mee.

Het gezamenlijk gezag eindigt:

  • als het kind meerderjarig wordt;
  • bij overlijden van de ouder of de niet-ouder. Indien de niet-ouder overlijdt, oefent de ouder daarna alleen het gezag uit. Overlijdt de ouder, dan oefent de niet-ouder van rechtswege de voogdij (alleen) uit;
  • indien een ouder of de niet-ouder onbevoegd is geworden tot het gezag, bijvoorbeeld door ondercuratelestelling. De andere ouder oefent gedurende de onbevoegdheid alleen het gezag uit;
  • door uitspraak van de rechter op verzoek van de ouder en/of de niet-ouder. De grond van dit verzoek moet zijn dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden of dat bij de toekenning van het gezag van onjuiste gegevens is uitgegaan;
  • door ontheffing of ontzetting van de ouder of de niet-ouder uit het gezag.

De maatregel van ontheffing of ontzetting is een uiterste maatregel. Het moet echt duidelijk zijn dat de ouder(s) de verzorging of opvoeding van hun kind op grove wijze verwaarlozen. De rechtbank zal telkens in het belang van het kind een beslissing dienen te nemen.

Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van wat nu bekend is in de zaak van Laura Dekker niet komen vast te staan dat de ouders haar verzorging of opvoeding op grove wijze verwaarlozen. De rechtbank leidt uit de opstelling van de vader – die in de praktijk voor Laura zorgt - af dat hij zich realiseert dat de voorgenomen droomtocht van zijn dochter risico's met zich meebrengt en dat hij ervoor moet zorgen dat er de nodige voorzorgsmaatregelen genomen worden, zodat zij veilig kan uitvaren.

De wijze waarop de vader van Laura invulling geeft aan de opvoeding blijkt voor hevige maatschappelijke discussie vatbaar te zijn, maar levert niet op dat vader als een slechte vader kan worden beschouwd. Het gezag kan hem dus nu niet worden ontnomen. De rechtbank oordeelde dat er wel gronden aanwezig zijn om Laura voorlopig onder toezicht te stellen. Het gevolg van de voorlopige ondertoezichtstelling is dat de ouders alle belangrijke beslissingen die over Laura gaan moeten bespreken met Bureau Jeugdzorg. Dit betekent ook dat Laura niet zonder toestemming van Bureau Jeugdzorg aan haar wereldreis mag beginnen. Of de voorlopige maatregel van ondertoezichtstelling definitief moet worden staat voor de rechtbank nog niet vast. Een deskundige krijgt de opdracht nader onderzoek te doen naar het specifieke ontwikkelingsniveau van Laura Dekker.

Ook op het gebied van personen- en familierecht kunt u bij ons terecht voor gezagskwesties, ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen.