Wet ruimtelijke ordening wordt ingrijpend gewijzigd

beheer

De Wet ruimtelijke ordening gaat flink op de schop. Professionals wisten dit al maar ook de doorsnee burger zal daar in de praktijk tegenaan lopen bij bouwvergunningaanvragen, planschadeverzoeken, handhaving en ambtelijke dienstverlening (1 loket gedachte). 
Reden voor de ingrijpende wijziging is dat de oude wet uit 1965 steeds meer een lappendeken werd van regels met aanpalende wetten waardoor het (grond)beleid en de planologie onvoldoende sturing kon geven aan gewenste ontwikkelingen.

De basisgedachte in de nieuwe Wro is dat zaken op zo laag mogelijk niveau uitgevoerd moeten worden. Decentraal wat kan, centraal wat moet. Gemeenten krijgen zoveel mogelijk beleidsruimte en de bemoeienis van Provincie en Rijk is er alleen voor zover deze noodzakelijk is vanwege eigen belang. Er worden van tevoren kaders gesteld. Er is achteraf geen goedkeuring meer nodig, maar er wordt door 'hogere' overheden van tevoren pro-actief gestuurd. Zo zal de zogenaamde artikel 19 procedure waarin de provincie goedkeuring moet verlenen voor (soms futiele) wijzigingen van het bestemmingsplan worden geschrapt. De procedures worden sneller en ook van gemeenten zal worden geëist dat zij elke 10 jaar het bestemmingsplan vernieuwt. Doet de gemeente dit niet, dan mag zij geen legeskosten meer in rekening brengen bij bouwvergunningaanvragen. Ook bij overheden blijken financiële prikkels nodig om ze tot actie te manen.

Een andere belangrijke wijziging is dat planschade (schade voor omwonenden die wordt veroorzaakt door een wijziging / verslechtering van het bestemmingsplan) deels voor eigen rekening komt en er maximaal tot € 300,-- aan legeskosten mag worden geïnd bij indiening van een planschadeverzoek. Het recht op planschade verjaart na vijf jaar terwijl er nu nog geen termijn voor staat. Ook mogen gemeenten met projectontwikkelaars afspreken dat de eventuele planschade die de gemeente moet betalen wordt doorgesluisd naar diegene die een (direct) belang en voordeel heeft bij de planwijziging.

Op drie niveaus (rijk, provincie en gemeente) moeten zogenaamde structuurvisies worden ontwikkeld die weliswaar geen juridische binding hebben maar dienen voor beleidsontwikkeling. Het is een 'agendazettend' strategisch beleidsdocument dat ongetwijfeld een groot strijdpunt zal geven tussen provincies en gemeenten. In ieder geval zullen er nieuwe omgangsvormen tussen gemeenten, provincies en Rijk worden ontwikkeld.

Het bestemmingsplan blijft het juridisch bindende instrument en wordt verplicht voor het hele grondgebied van de gemeente, dus ook binnen de bebouwde kom. De bestemmingsplannen moeten verplicht digitaal worden uitgevoerd.

In de nieuwe Wro is een coördinatie regeling opgenomen waardoor verschillende procedures ten behoeve van één project gecombineerd worden. Dit moet leiden tot een stroomlijning en versnelling van de procedures waarmee een vergunningaanvrager te maken heeft. Er komt namelijk een omgevingsvergunning. Hiermee worden circa 25 vergunningen, ontheffingen en meldingen (toestemmingen) op het gebied van ruimte, bouwen, milieu, natuur en monumenten geïntegreerd tot één omgevingsvergunning. Dit leidt tot de invoering van één loket, één (digitaal) aanvraagformulier, één bevoegd gezag (één aanspreekpunt), één uniforme en kortere procedure en één procedure voor bezwaar en beroep.
Tenslotte wordt de gemeente primair verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Daartoe zal het huidige instrumentarium worden uitgebreid en komt er een koppeling met het strafrecht.

Naar verwachting zal per 1 januari 2008 de nieuwe Wet in werking treden. De gevolgen hiervan zullen effect hebben op iedere burger en ondernemer. Wij zijn er klaar voor!