Incasseren in het buitenland

beheer

Het is veel bedrijven en/of particulieren tot op heden nog onbekend dat er op 21 januari 2005 een Europese Verordening in werking is getreden welke het incasseren van niet-betwiste vorderingen in de Europese Unie sneller, goedkoper en simpeler maakt. Veel schuldeisers schrijven hun vorderingen op partijen en/of op eventuele verhaalsmogelijkheden in andere EU-lidstaten onnodig snel af en doen er niets tot weinig aan om deze te incasseren. Dit terwijl het in veel gevallen toch zeer de moeite loont om incassomaatregelen te (doen) nemen. Zeker nu er op Europees niveau steeds meer regelgeving komt die één en ander vereenvoudigt.

Op grond van de hiervoor bedoelde Europese Verordening kan, in het geval dat een niet-betwiste vordering bij vonnis is toegewezen, dit vonnis in de hele EU worden uitgevoerd. Daarvoor is niet langer een erkenningsprocedure vereist. Onder een niet-betwiste vordering wordt verstaan een vordering tot betaling van een geldsom die de wederpartij heeft erkend of waartegen hij, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, geen verweer heeft gevoerd. Vorderingen die door de schuldenaar gemotiveerd worden betwist, vallen hier dus buiten. De eisende partij kan de Rechtbank verzoeken om het vonnis te waarmerken als Europese Executoriale Titel (“EET”). Dit houdt in dat de Rechtbank een verklaring afgeeft waarin ondermeer staat weergegeven welk bedrag is toegewezen, om welke procespartijen het gaat en of de wederpartij op rechtens juiste wijze is opgeroepen voor de procedure. Indien het vonnis is gewaarmerkt als een EET, dan kan het in de hele EU, alleen Denemarken valt buiten deze regeling, ten uitvoer worden gelegd. De landen van de EU, derhalve ook de tien nieuwe lidstaten die met ingang van 1 mei 2004 zijn toegetreden, zijn verplicht om een vonnis dat in een andere lidstaat is aangeduid als een EET onvoorwaardelijk te erkennen en uit te voeren. Er wordt derhalve in dat geval geen rechterlijke controle meer door deze lidstaat uitgevoerd. Zodoende worden extra (proces)kosten en tijdsverlies zoveel mogelijk voorkomen. Immers, alvorens voornoemde Europese Verordening in werking trad, was het in beginsel uitsluitend via een separate zogeheten exequaturprocedure, een erkenningsprocedure, mogelijk om een Nederlands vonnis in het buitenland te kunnen executeren. Overigens is het nog steeds mogelijk om desgewenst een exequaturprocedure te starten. Vanwege de extra rompslomp, tijd en kosten die hiermee gepaard gaan, raad ik dit in geval van een niet-betwiste vordering echter uitdrukkelijk af. Gaat het om een bij gerechtelijk vonnis toegewezen betwiste vordering en/of om tenuitvoerlegging ervan in een land dat niet bij de EU aangesloten is, dan resteert (vooralsnog) niets anders dan een exequaturprocedure te (doen) starten.

In het geval dat u verwacht dat de wederpartij geen verweer tegen uw vorderingen zal voeren en de Nederlandse Rechter bevoegd is, dan zou u een incasso kort geding kunnen starten en daarbij de Voorzieningenrechter (=Kort Geding Rechter) kunnen verzoeken om het te wijzen vonnis te waarmerken als een EET. Na een verkregen veroordelend vonnis dat bovendien als EET is gewaarmerkt, kan men vervolgens, met uitzondering van Denemarken, dit vonnis in iedere EU-lidstaat ten uitvoer (doen) leggen. De tijd die hiermee, vanaf het uitbrengen van de dagvaarding tot de tenuitvoerlegging van het vonnis, gepaard gaat is circa 2 tot 3 maanden, hetgeen een alleszins redelijke en relatief korte termijn is.

Overigens is het ook mogelijk om met betrekking tot vonnissen die vóór de inwerkingtreding van de Europese Verordening op 21 januari 2005 in werking zijn getreden, de Rechtbank te verzoeken om de deze alsnog te waarmerken als “EET”.

De EET zorgt binnen de EU derhalve voor een efficiënter debiteurenbeheer, waar ook u van kunt profiteren. Heeft u een “buitenlandse incasso”, neemt u dan contact met ons kantoor op. Wij staan u terzake graag bij.