En zij woonden nog lang en gelukkig (samen?)..

beheer

Een paar maanden geleden viel mijn oog op een artikel uit een regionaal dagblad uit het zuiden van het land. Het stukje ging over twee hoogbejaarde broers van 86 en 85 jaar oud. De jongste broer was 8 jaar geleden bij de oudere broer ingetrokken omdat hij, door een langslepende echtscheidingsprocedure, geen woonruimte meer had. Het was de bedoeling dat de samenwoning van korte duur zou zijn, maar inmiddels woonden de broers al weer 8 jaar samen. Na een korte beginperiode waarin de broers het goed met elkaar konden vinden, hadden zij nu al jaren ruzie. Zij maakten elkaar het leven zo zuur dat de situatie onhoudbaar was geworden. De oudste broer, die ernstig ziek is en nog maar kort te leven heeft, heeft inmiddels de hulp van de rechter ingeroepen om ervoor te zorgen dat de jongere broer vertrekt. De rechter oordeelde dat de jongere broer binnen een maand het huis van zijn oudere broer dient te verlaten.

Gelukkig wordt niet elke samenwoning zo dramatisch beëindigd, maar er kunnen wel degelijk (andere) problemen ontstaan. Het komt bijvoorbeeld vaak voor dat twee mensen samenwonen in een huurwoning, maar dat het contract maar op één naam staat. Als degene op wiens naam de huurovereenkomst staat de woning verlaat, komt de andere persoon in een benarde positie te verkeren. Deze persoon is immers geen huurder en heeft dan geen enkele grond meer om in de woning te verblijven. Dit is als volgt op te lossen:

- Het is mogelijk om de verhuurder te vragen om op het huurcontract beide namen te vermelden. Beide personen zijn dan huurder en hebben dezelfde rechten en plichten. Dit betekent dat beide personen aansprakelijk zijn voor het betalen van de huur, maar ook dat de een in de woning mag blijven als de ander vertrekt.

- Als de verhuurder niet bereid is de beide namen in het huurcontract op te nemen, is het voor de niet-huurder mogelijk om medehuurder te worden. Een medehuurder heeft huurbescherming en alle overige rechten en plichten van het huurrecht. Als de huurovereenkomst tussen de huurder en verhuurder eindigt, wordt de medehuurder automatisch huurder.

Medehuurder worden is mogelijk als iemand langer dan twee jaar met de huurder samenwoont in het gehuurde en een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert. Dit laatste betekent dat personen daadwerkelijk in de woning wonen en de kosten van de huishouding delen. Het is niet noodzakelijk dat er een (liefdes-)relatie tussen die personen bestaat. Een andere voorwaarde is dat degene die medehuurder wil worden in staat moet zijn om de huur alleen te kunnen betalen als de huurder vertrekt. Een (volwassen) kind dat nog bij zijn ouders woont, zal over het algemeen niet als medehuurder worden erkend. Het samenwonen is niet duurzaam, nu het naar zijn aard aflopend is. Een echtgeno(o)t(e) van de huurder is automatisch medehuurder.

Als aan bovenstaande voorwaarden is voldaan, is het mogelijk om aan de verhuurder te vragen om medehuurder te worden. Als de verhuurder niet binnen drie maanden schriftelijk met het verzoek tot medehuurderschap akkoord gaat, kunnen de (mede-)huurder(s) bij de kantonrechter terecht. Deze zal, als aan de voorwaarden is voldaan, het verzoek om medehuurder te worden toewijzen. Alleen als blijkt dat het medehuurderschap alleen aangevraagd wordt om op korte termijn huurder te worden (na vertrek van de huurder), zal de rechter het verzoek afwijzen.

Als u vragen heeft over uw positie als (ver-)huurder, kunt u altijd bij ons kantoor terecht voor advies. Wellicht dat wij ervoor kunnen zorgen dat u en/of uw partner nog lang en gelukkig (samen-)wonen.