De levensloopregeling

beheer

Met ingang van 1 januari 2006 maakt artikel 7 van de Wet arbeid en zorg het mogelijk om gebruik te gaan maken van de levensloopregeling. Deze regeling maakt het mogelijk dat werknemers belastingvriendelijk geld opzij zetten voor (tussentijds) verlof. Hierdoor moet het voor werknemers eenvoudiger worden om verlof op te nemen om voor kinderen of zieke ouders te zorgen, om te kunnen studeren of om eerder met pensioen te gaan.

Met de regeling kan elk soort verlof worden gefinancierd. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan langdurig zorgverlof, ouderschapsverlof, een sabbatical of verlof voorafgaand aan het pensioen. Het verlof moet wel in overleg en met toestemming van de werkgever worden opgenomen. Toestemming is niet nodig in het geval de werknemer een wettelijk recht heeft op verlof.

Er wordt gespaard doordat van het bruto-salaris een bedrag wordt overgemaakt op een speciale spaarrekening of als premie voor een “levensloopverzekering” wordt voldaan.

Per jaar mag de werknemer maximaal 12% van het bruto jaarloon sparen. In totaal mag de werknemer maximaal 210% van het bruto jaarloon sparen. Voor werknemers die op 31 december tussen de 51 en 56 jaar oud waren, geldt niet dat zij per jaar maar maximaal 12% van het bruto jaarloon mogen sparen.

Naast een inhouding op het salaris kan er ook gespaard worden doordat overwerk, atv-dagen of bovenwettelijke vakantiedagen worden omgezet in geld en vervolgens worden gestort. Dit dient wel in overleg met de werkgever te gebeuren. Tenslotte kan ook de werkgever bijdragen aan het sparen. De werkgever is hiertoe niet verplicht.

Het belastingvoordeel bestaat eruit dat een werknemer jaarlijks een korting van maximaal € 183,-- per gespaard jaar krijgt op de te betalen inkomstenbelasting. Deze kortingen worden op de te betalen belasting in mindering gebracht in het jaar dat het verlof wordt opgenomen. Indien de werknemer het gespaarde tegoed gebruikt om onbetaald ouderschapsverlof op te nemen dan geldt dat hij/zij ook een belastingvoordeel kan krijgen via een heffingskorting. Deze korting op de te betalen belasting bedraagt de helft van het minimumloon per verlofuur dat wordt opgenomen. Indien de werknemer volledig ouderschapsverlof opneemt kan de korting oplopen tot ongeveer € 636,-- per maand.

De levensloopregeling vervangt de oude verlofspaarregeling. Het geld dat is gespaard op basis van deze oude regeling wordt vanaf 1 januari 2006 gezien als een spaartegoed op basis van de levensloopregeling.

De huidige spaarloonregeling blijft bestaan. Vanaf 1 januari 2006 kunnen werknemers per jaar kiezen of zij willen meedoen met de spaarloonregeling of met de levensloopregeling.

De werknemers zullen deze keuze voorafgaand aan elk jaar moeten maken. Als er eenmaal geld gestort wordt op de spaarloonrekening dan wordt dit gezien als een keuze om mee te doen aan de spaarloonregeling. Voor 2006 geldt dat de werknemers nog tot en met 30 juni 2006 de gelegenheid hebben om te kiezen. Mochten er al bedragen op de spaarloonrekening zijn gestort dan moeten deze ook voor 1 juli 2006 worden teruggestort aan de werkgever. De werkgever dient dan vervolgens deze bedragen als salaris uit te betalen.

Als u wilt berekenen wat de belastingvoordelen in uw situatie precies zijn of hoe lang u moet sparen voor een bepaald verlof of andere vragen heeft dan kunt u terecht op de internetsite van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid www.levensloopwijzer.szw.nl.