De bruidsjapon

beheer

Over veel onderwerpen wordt in Nederland geprocedeerd. Wij kijken al niet meer op van een kort geding dat ten doel heeft een omgangsregeling voor een hond of een papagaai af te dwingen. Over bruidsjaponnen blijkt in de jurisprudentie ook uiteenlopende rechtspraak te zijn.

Wat de gelukkigste dag van iemands leven zou moeten zijn, kan toch nog ongelukkig eindigen. Dat ondervond de bruid bij wie op de huwelijksdag na anderhalf uur de naden van het topje van het bruidsensemble scheurden. De bruidsjurk kostte bijna € 1.500,-- en uiteraard dreigde de trouwdag door toedoen van dit euvel te ontaarden in een regelrechte ramp. Voor de bruid gold achteraf dat elk nadeel ook zijn voordeel heeft. De kersverse bruid reclameerde bij de leverancier van de bruidsjurk die blijkens de algemene voorwaarden was aangesloten bij de Geschillencommissie textiel en schoenen. De geschillencommissie wees een schadevergoeding van € 725,-- toe. Voor het overige werd de vordering van de bruid afgewezen.

Een andere bruid was nog onfortuinlijker. De beoogde echtgenoot ging er kort voor de trouwdag met een ander vandoor en de bruid zat met een bestelde doch niet gedragen japon. De leverancier van de bruidsjapon, waarschijnlijk door schade en schande wijs geworden, beriep zich op de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Daarin stond uitdrukkelijk “Annulering van huwelijk om wat voor reden komt in beginsel geheel voor rekening en risico van de consument en ontslaat hem geenszins van zijn aangegane verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst jegens de ondernemer. Echter uitzonderlijke en/of onvoorziene omstandigheden (bijv. overlijden van één van de aanstaande echtelieden) door de consument aannemelijk te maken, kunnen een uitzondering op deze regel rechtvaardigen.”

Het huwelijk werd geannuleerd. De jurk werd niet opgehaald en evenmin betaald door de bruid in spe. De leverancier liet het er niet bij zitten en vorderde betaling van de aanschafprijs ad € 1.239,00 vermeerderd met rente en kosten. De rechter oordeelde dat annulering van het huwelijk op grond van de algemene voorwaarden voor rekening en risico van de bruid was. 
Het verweer dat er sprake was van een onvoorziene omstandigheid omdat haar aanstaande man er met een andere vrouw van door is gegaan vond geen genade en rechtvaardigt naar het oordeel van de rechter niet een uitzondering op de regel. De ontroostbare bruid diende haar betalingsverplichtingen na te komen. Dat zij zoals zij stelde, betalingsproblemen heeft, doet daar niet aan af. De gevorderde hoofdsom werd toegewezen, evenals de gevorderde wettelijke rente en de bruid werd ook nog veroordeeld in de proceskosten.

Uit de stukken blijkt dat de bruid niet haar voormalige aanstaande in vrijwaring heeft opgeroepen. Had ze dit wel gedaan dan had ze de vorderingen van de leverancier linea recta door kunnen schuiven naar de afvallige bruidegom. In de wet is immers voorzien in de mogelijkheid om de vermogenschade die deze teleurgestelde bruid lijdt te verhalen op diegene die kort voor het huwelijk de trouwbeloften schendt. Deze vordering dient wel binnen 18 maanden na datum ondertrouw te worden ingediend. De ex bruid moet er dus snel bij zijn als ze alsnog de rekening wil neerleggen bij de aanstichter.