Big Brother is watching?

beheer

Briefgeheim ook voor elektronische post?

Een bezorgde werkgever stelde mij onlangs de vraag of het was toegestaan dat hij de e-mail van zijn werknemers ”meelas”? Hij wilde controleren of er geen misbruik gemaakt werd van de mail- en internetmogelijkheden die zijn kantoor aan de werknemers ter beschikking stelde. In het bijzonder was hij bang dat werknemers het internet voor privé-doeleinden of het downloaden van pornografisch materiaal gebruikten. Het antwoord op de vraag of een werkgever de e-mail en het internetgebruik van werknemers mag controleren hangt zeer sterk af van de concrete situatie. In verschillende situaties kan het antwoord op deze vraag dan ook verschillend luiden. Hieronder volgen enkele algemene opmerkingen over dit onderwerp.

In het algemeen valt te zeggen dat e-mail (nog) niet onder artikel 13 van de Grondwet valt. Genoemd artikel handelt over het briefgeheim. Wel is de wetgever doende dit artikel te wijzigen zodat het ook op e-mail van toepassing zal zijn. E-mailverkeer kent dus (nog) geen grondwettelijke bescherming. Voorgaande betekent echter niet dat "alles dan maar mag". Vaak wordt namelijk aangenomen dat e-mail wel wordt beschermd door de privacybepaling van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (artikel 8 EVRM).

De Registratiekamer is een onafhankelijk adviesorgaan van de regering dat toeziet op de naleving van de privacywetgeving. Deze Registratiekamer heeft een richtlijn opgesteld met betrekking tot privacy op het werk. Volgens deze richtlijn mogen werkgevers alleen de e-mail en het internetgebruik van hun personeelsleden controleren als ze een specifieke verdenking hebben. Die verdenking betreft dan onder meer “het verspreiden van pornografisch materiaal, gokken of het binnenhalen van omvangrijke bestanden die veel beslag leggen op de beschikbare capaciteit”. Het systematisch en/of preventief doorlezen van e-mail of volgen van surfgedrag op internet is verboden. De mail van een bedrijfsarts of lid van de ondernemingsraad mag door een werkgever overigens helemaal niet worden gelezen. Als een werkgever e-mailgegevens van iemand heeft opgeslagen, mag hij die hooguit en maand bewaren. De Registratiekamer waarschuwt voor al te strenge controle (ook waar die wel is toegestaan) omdat dit niet bijdraagt aan een goede werksfeer. Als het niet nodig is, moet de werkgever e-mail niet lezen.

Meestal komt de vraag omtrent controle van e-mail en internetgedrag van werknemers pas ter sprake als een werkgever een werknemer ontslaat op staande voet. Met name als dat ontslag gegeven wordt op basis van informatie die de werkgever bekend is geworden na controle van e-mail en/of internetgedrag van de werknemer. Bij de beoordeling of een werknemer al dan niet terecht om deze reden op staande voet is ontslagen hecht de (lagere) Nederlandse rechter vooral waarde aan wat tussen werknemer en werkgever daarover was afgesproken. Steeds meer bedrijven stellen een gedragscode omtrent e-mail- en internetgebruik op. De rechter kijkt dan naar de inhoud van deze gedragscode en naar hoe consequent deze code werd gehandhaafd. Voorbeelden van zulke gedragscodes zijn te vinden bij het College bescherming Persoonsgegevens en vakbonden zoals het FNV en de CNV.

Het is dus van belang dat werkgevers duidelijk afspreken met hun werknemers wat wel en niet is toegestaan met betrekking tot e-mail en internetgedrag. Een gedragscode kan daartoe een goed middel zijn. Indien u advies wilt ontvangen over (het opstellen van) een dergelijke gedragscode, staat ons kantoor u graag bij. Ook als u wordt geconfronteerd met een werkgever die (te streng) controleert of een werknemer die misbruik maakt van de internetfaciliteiten, bent u bij ons kantoor van harte welkom.