Letselschade

beheer

Recentelijk werd ik benaderd door een man die in november 2003 het slachtoffer was geworden van een verkeersongeval. Hij meldde mij letselschade te hebben geleden, die de wederpartij niet wilde vergoeden. De man was van mening dat hij, gelijk in de Verenigde Staten vaak het geval is, recht had op tonnen schadevergoeding.

Wat was het geval? Terwijl hij stilstond in een file knalde een auto met een snelheid van zo’n 40 kilometer per uur achterop zijn auto. Zijn auto was total loss. Hij vertelde na de aanrijding eigenlijk nergens last van te hebben. De man was na het ongeval nog wel even naar zijn huisarts geweest, maar die constateerde enkel en alleen een paar gekneusde ribben. Een paar dagen na het ongeval kreeg hij echter steeds meer last van zijn nek, schouders en rechterarm, had vrijwel voortdurend hoofdpijn en had hij last van concentratiestoornissen. De man besloot hierop zich na enkele dagen ziek te melden, maar raadpleegde geen dokter. De bedrijfsarts van zijn werkgever bracht hem eveneens geen bezoek. Zijn werkgever achtte dit niet nodig, want hij was zelden ziek. De arbeidsongeschiktheid duurde vervolgens bijna twee maanden. De materiële schade, bestaande uit de dagwaarde van de auto, werd vrijwel direct door de verzekeringsmaatschappij vergoed. De verzekeringsmaatschappij had de man kort na het ongeval nog gevraagd of hij (letsel)schade had, waarop hij met een kort telefoontje had gereageerd dat dit het geval was en dat hij hier nog op terug zou komen. Vanwege voornoemde arbeidsongeschiktheid bleef een nadere reactie van de man vervolgens uit. Medio 2004 meldde hij pas concreet welke letselschade (immateriële schade) hij had geleden en nog steeds leed. Hij stelde onder meer last te hebben van een whiplash. De (verzekeraar van de) wederpartij betwistte deze (letsel)schade, met name wegens een gebrek aan bewijs. Bestudering van het dossier leerde mij dat de gerede kans bestond dat in een procedure inderdaad wel eens een bewijsprobleem zou kunnen ontstaan, omdat de man had nagelaten tijdig medische hulp in te schakelen, althans had nagelaten om één en ander goed te (laten) documenteren. Immers, het verband tussen het ongeval en de schade dient bewezen te worden, hetgeen in dit geval moeilijk was. Daarbij kwam dat de man ten tijde van het ongeval geen gordel droeg, tengevolge waarvan hem verweten werd dat zijn schade, voor zover hij die geleden zou hebben, in ieder geval deels zijn eigen schuld was. Toen ik in een bespreking aan hem meedeelde dat hij één en ander diende te bewijzen, hetgeen moeilijk zou kunnen worden, omdat nagelaten was om dit kort na het ongeval te verzamelen, reageerde de man op zijn zachtst gezegd verbaasd, eigenlijk verbolgen. Dit was niet wat hij wenste of verwacht had te horen. In zijn ogen was zijn schade duidelijk en kwam hij in aanmerking voor vele tonnen schadevergoeding. Ik heb de man vervolgens in een uitvoerige bespreking gewezen op de toegekende schadevergoedingen in tal van vergelijkbare zaken, waarbij in tegenstelling tot de onderhavige zaak bovendien het verband tussen ongeval en schade onomstotelijk vaststond. Dit opende zijn ogen en leidde tot een meer genuanceerde kijk op de kwestie.

Medische rapportages toonden aan dat er thans sprake was van een eindtoestand. Zijn toestand zou naar verwachting dus niet meer verslechteren. Geconstateerd werd dat er in dit geval geen sprake was van enige blijvende invaliditeit. 
Op grond van deze medische rapportages ben ik vervolgens schikkingsonderhandelingen met de verzekeraar van de wederpartij aangegaan. Letselschadezaken worden vaak buiten een juridische procedure geschikt. Uiteindelijk werd een schikking bereikt, waarmee de man (meer) dan tevreden was. De man ontving onder meer een immateriële schadevergoeding voor het ongeval op zich en zijn tijdelijke arbeidsongeschiktheid. Tevens omvatte de schadevergoeding een bedrag, omdat hij enige tijd niet naar behoren kon functioneren en bijvoorbeeld ook zijn sport, hij was een fervent tennisser, niet uit kon oefenen. Juridisch gezien was vrijwel het maximaal haalbare resultaat bereikt. Bijkomend voordeel van deze manier van afhandelen is dat zodoende langslepende juridische procedures voorkomen worden.

Had de man echter kort na het ongeval (tijdig) een arts geraadpleegd en één en ander, ook in het vervolgtraject, goed laten documenteren in (medische) rapportages, dan had er wellicht meer ingezeten. Het is dan ook van het grootste belang om tijdig een arts te raadplegen, al lijkt de opgelopen kwaal in beginsel niet zo erg.