Burenrecht

beheer

In de praktijk maken we regelmatig mee dat buren elkaar het spreekwoordelijke licht niet in de ogen gunnen.

Het burenrecht is een nadere omlijning en uitwerking van het eigendomsrecht en wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Verplichtingen en bevoegdheden van eigenaars, maar ook niet-eigenaars zoals huurders en (erf)pachters, worden in dit wetboek geregeld. Zo mogen buren elkaar geen hinder toebrengen door trillingen, stank, rook, gassen, geluidsoverlast e.d. te veroorzaken. Evenmin mag een naburige eigenaar hinder veroorzaken door een muur vlak voor het raam van de buren op te trekken.

De meest voorkomende bron van discussie tussen buren betreft de beplantingen op of nabij de erfscheiding. In de wet staat dat het niet geoorloofd is om binnen twee meter van de grenslijn bomen te planten tenzij daarvoor van de buur toestemming is verkregen. Voor heesters en heggen, hoger dan de scheidsmuur, geldt een afstand van een halve meter. Indien de bomen of beplanting er eenmaal staan, is het aantal jaren bepalend voor de vraag of ze in rechte verwijderd kunnen worden. Een vordering tot verwijdering van bomen die langer dan 20 jaar nabij de erfgrens staan, zal niet slagen aangezien er sprake zal zijn van verjaring.

Over de erfscheiding hangende beplanting mag eigenmachtig worden weggesneden en toegeëigend, mits de eigenaar van de beplanting eerst is gemaand de beplanting te verwijderen en dit vervolgens nalaat. Reden voor de verplichte aanmaning is gelegen in de zorg en kennis waarmee het snoeien vaak geschiedt. U zult begrijpen dat de eigenaar, die last heeft van de beplanting, minder zorgvuldig snoeit dan de eigenaar van de beplanting. Voor doorschietende wortels vond de wetgever dit echter niet nodig, deze kunnen zonder voorafgaande aanmaning en al dan niet professioneel worden weggestoken.

Binnen de bebouwde kom van de gemeente kan ieder der eigenaren vorderen dat de andere eigenaar meewerkt en mee betaalt dat op de grens van de tuin een scheidsmuur (tot 2 meter hoog) wordt opgetrokken. Alleen als de tuin grenst aan een openbare weg of water geldt deze regel niet. Ook dient de buurman medewerking te verlenen door tijdelijk toegang te verlenen tot zijn tuin om de scheidsmuur te bouwen.

Uit privacy-overwegingen is het voorts verboden om binnen twee meter van de erfscheiding vensters, muuropeningen, balkons e.d. te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven. Vaststaande en ondoorzichtige lichtopeningen zijn echter wel toegestaan.

Zit er tussen de buren een openbare weg of water (bv. een brandgang) dan is voormeld verbod niet van toepassing. Hierbij geldt ook dat als een nabuur een ongeoorloofd venster toelaat gedurende 20 jaar en zich hiertegen nooit heeft verzet dan kan hij (of de nieuwe eigenaar) daarna niet meer met succes eisen dat het venster wordt verwijderd. Hier is dan wederom sprake van verjaring. Deze nabuur moet het venster toestaan, hij mag geen gebouwen of bouwsels aanbrengen voor of tegen dit venster.

Met bovenstaande greep uit het Burgerlijk Wetboek is uiteraard niet alles besproken dat onder het burenrecht valt. Veelal is door goed en tijdig overleg tussen buren veel irritatie te voorkomen. Pas als buren niet meer met elkaar “door een deur kunnen” zal met het wetboek in de hand de juridische positie over en weer bepaald moeten worden. Echter, een goede buur is nog altijd beter dan een verre vriend.