Auteursrecht

beheer

Voor het ontstaan van auteursrechten is in Nederland geen enkele formaliteit vereist. Auteursrechten ontstaan door de loutere scheppingsdaad. Men hoeft dus niets te deponeren of anderszins aan te geven dat het ‘werk’ auteursrechtelijk beschermd is. Het alom bekende copyright teken is dus niet verplicht om auteursrechtelijke bescherming te krijgen. Ook is het niet nodig om te vermelden dat het auteursrecht is voorbehouden. Met andere woorden: het recht ontstaat vanzelf.

Een auteursrecht valt automatisch toe aan de 'maker' van het werk van letterkunde, wetenschap of kunst, zoals de Auteurswet dat zo specifiek omschrijft. Als werk kan worden genoemd het schrijven van een boek, het maken van een foto, het componeren van een muziekstuk, het ontwikkelen van software e.d.

Een uitzondering op de regel betreft het geval wanneer het werk vervaardigd is in het kader van een dienstverband. Hoofdregel is dan dat de werkgever het auteursrecht toe komt voor 'werk' dat in verband bestaat met de dienstbetrekking. Dit is ook logisch, een romanschrijver in loondienst krijgt niet het auteursrecht van zijn roman. Het behoort immers tot zijn taak als werknemer om een roman te schrijven. Als hij vervolgens in zijn vrije tijd schildert, komt het auteursrecht met betrekking tot zijn schilderijen hem wel toe. Het schilderen behoort logischerwijs niet tot zijn taak als werknemer.

Kortom: Het begrip 'maker' blijkt vaak verwarrend. Eén en ander blijkt des te meer uit het volgende. De 'maker' van een roman is de schrijver en niet de drukker die het boek in technische zin vervaardigt. Hetzelfde geldt voor een bouwwerk, de architect is de schepper en daarmee de auteursrechtelijke 'maker', de aannemer vervaardigt in technische zin het werk van de architect.

Hierboven gaf ik al aan dat het auteursrecht volgens de Wet betrekking moet hebben op 'werken van letterkunde, wetenschap of kunst'. Of deze werken nu mooi of lelijk, kunst of kitsch zijn, doet er niet toe. Er zijn twee voorwaarden waaraan 'het werk' moet voldoen:
- originaliteit;
- zintuiglijk waarneembaar (zien, voelen of horen).

Uitvoeringen door musici, toneelspelers, dansers of andere uitvoerende kunstenaars worden als zodanig niet als werk in de zin van de Auteurswet aangemerkt. Zo worden ook ideeën of stijlen niet als werk aangemerkt. Slechts wanneer een idee of stijl in een concrete uiting is uitgewerkt, geniet de betreffende uiting mogelijk bescherming als werk.

Het auteursrecht eindigt 70 jaar na het overlijden van de maker van het werk. Is de maker anoniem, dan eindigt het recht 70 jaar na eerste openbaarmaking van het werk.

Als hoofdregel geldt, dat indien er in deze periode een inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht, doordat zonder toestemming een verhaal wordt gedrukt, een lied wordt uitgebracht etc. de rechthebbende kan eisen dat de verkoop/openbaar maken hiervan wordt gestaakt en de schade wordt vergoed.

Uitzondering op deze regel is bijvoorbeeld het kopiëren van audio- en videomateriaal voor de beoogde gebruiker zélf. 
Aan de maker is echter dan wel een vergoeding verschuldigd. U hoeft echter niet zelf de vergoeding te voldoen. De verplichting tot het betalen van voormelde vergoeding rust namelijk op de fabrikant of de importeur van blanco geluids- of beelddragers, zoals bijvoorbeeld de lege compactdisc.

Ik wil u echter niet blij maken met de spreekwoordelijke dode mus. De fabrikant of de importeur zal echter de (kleine) vergoeding doorberekenen in de prijs voor de lege compactdisc, waardoor de klant alsnog de vergoeding betaalt.