Sneeuwbaleffect

beheer

Vorig jaar in december kreeg ik een telefoontje van de vrouw van een vaste cliënt. “Hij zit weer eens vast” kreeg ik te horen. Cliënt had zijn vrouw gevraagd mij van één en ander in kennis te stellen en hem zo snel mogelijk te bezoeken. Op mijn vrije zaterdag reisde ik dus af naar Breda, waar hij vastzat. Na afloop van het stappen was hij ‘lichtelijk’ in de problemen geraakt, zo vertelde hij luchtig. Hij had op straat ruzie gekregen met een groep jongeren waardoor er een vechtpartij ontstond. Cliënt was na de ruzie samen met twee vrienden in de auto gestapt en weggereden. Hij kwam echter niet ver, want hij werd klemgereden, aangehouden door de politie en vervolgens geverbaliseerd voor openlijke geweldpleging, het rijden onder invloed (hij had veel meer dan de toegestane hoeveelheid alcohol gedronken om nog aan het verkeer te mogen deelnemen) en het in bezit hebben van harddrugs. Eén van zijn vrienden had namelijk op de achterbank van de auto, duidelijk zichtbaar, deze drugs in de auto laten liggen en bij zijn verhoor ten onrechte gezegd dat deze van mijn cliënt waren. Van je vrienden moet je het maar hebben, zullen we maar zeggen… Uiteindelijk werd cliënt na 12 dagen vrijgelaten.

Op dat moment had zijn werkgever, waar hij als chauffeur in dienst is, hem al op staande voet ontslagen. Of ik ook maar ‘effies’ dit probleem voor mijn cliënt wilde oplossen. Gezien het feit dat cliënt relatief korte tijd had vastgezeten en dit geen al te grote negatieve invloed had op de bedrijfsvoering van zijn werkgever, hield dit ontslag op staande voet, gelukkig voor cliënt, geen stand. Na vele praatsessies met zijn werkgever lukte het mij bovendien om de plooien tussen haar en cliënt glad te strijken en gaan zij nu weer in goede harmonie met elkaar om. Dit ondanks het gegeven dat cliënt ook nog een maand zijn rijbewijs kwijt is geweest en het zodoende onmogelijk was om zijn beroep als chauffeur uit te oefenen.

Cliënt heeft zich in mei jl. overigens moeten verantwoorden voor de politierechter en kwam er, gegeven alle omstandigheden en zijn strafrechtelijke verleden, relatief mild vanaf met een (deels voorwaardelijke) geldboete en een geringe taakstraf. Cliënt heeft deze straffen schuldbewust geaccepteerd: hij vond en vindt dat hij fout gehandeld heeft, waarvoor hij ook straf verdient.

Gezien het feit dat cliënt, getuige bijvoorbeeld bovengenoemde vechtpartij, ‘licht ontvlambaar’ is, heb ik hem geadviseerd om medische hulp van bijvoorbeeld een psycholoog te zoeken. Hij heeft deze raad opgevolgd en was mij zeer erkentelijk voor het advies. De resultaten terzake waren in beginsel ook bemoedigend. Het ging steeds beter met hem, althans leek het hier op. Toen cliënt er achter kwam dat zijn vriend hem, met betrekking tot het drugsdelict, erbij had gelapt, was hij in alle staten. Mede dankzij de psychologische hulp was cliënt in staat om deze woede een plaats te geven. Cliënt was het met mij eens dat, indien hij “wraak” zou nemen, hij alleen maar dieper in de ellende zou raken. Cliënt had alle contacten met deze “vriend” verbroken. Hij had na het voorval in Breda sowieso alle banden met relaties die hem in de toekomst weer tot het doen van “gekke dingen”, zoals hij het zelf noemde, zouden kunnen verleiden, verbroken. Hij was dus goed op weg om zijn leven op orde te krijgen. 
Echter, toen hij zijn voormalige vriend tijdens het winkelen in de stad toevallig tegenkwam, sloegen bij cliënt helaas de stoppen toch (weer) door. Hij mishandelde zijn voormalige vriend, die hiervan aangifte deed bij de politie. Cliënt moest zich voor verhoor bij de politie melden en erkende, alhoewel hij wel de bijzondere omstandigheden van het geval kenschetste, volmondig dat hij het gedaan had. Gekeken naar zijn strafrechtelijke verleden was het op zich gek dat hij voor dit nieuwe voorval een transactievoorstel (een boete) van slechts € 500,-- kreeg. Hij heeft deze boete, mede op mijn advies, direct betaald, waarmee ook deze zaak was afgedaan.

Nadien bleef het enige tijd rustig. Eind september jl. belde hij mij echter huilend op. Zijn vrouw had hem verlaten en was, samen met zijn twee kinderen, (tijdelijk) bij haar moeder in gaan wonen. Zij kon de spanningen, die de (mis)gedragingen van cliënt tot gevolg hadden, niet meer aan. “Wat nu?” vroeg cliënt en verzocht mij ook dit probleem op te lossen. Ik kreeg de vrouw van cliënt zover dat zij bereid was om gesprekken aan te gaan met een advocaat van ons kantoor, gespecialiseerd in personen- en familierecht. Ook treedt deze kantoorgenoot op als mediator (bemiddelaar). Al snel bleek deze mediation helaas op niets uit te lopen en werd dus gestopt. De keuze van zijn vrouw was definitief: zij wilde scheiden.

Cliënt kwam vorige week bij mij op kantoor langs. Hij haalde aan dat zijn arbeidszaak en de twee strafzaken goed waren afgelopen, maar dat “hij nu maar mooi alleen thuis zat”. Alhoewel het bovengenoemde inzichtelijk maakt dat je als advocaat soms meer doet dan alleen jurist en rechtsbijstandverlener te zijn, kan ik tegen deze eenzame kerst van mijn cliënt echter niets doen.