Planschade?

mr. W.A.L.D.I van Slagmaat
mr. W.A.L.D.I van Slagmaat

Als rechtenstudent leer je direct dat het eigendomsrecht het meest omvattende recht is en tegen iedereen ingeroepen kan worden. Ook u, als eigenaar van een onroerende zaak, kan het eigendomsrecht tegen iedereen inroepen. Het eigendomsrecht is echter ook aan een aantal beperkingen onderhevig. Zo mag u, indien u ‘gebruik maakt’van uw eigendomsrecht, geen hinder toebrengen aan de rechten van anderen. Voorts mag u het eigendomsrecht niet gebruiken in strijd met wetten en verordeningen die door de overheid zijn vastgesteld.

De overheid kan uw eigendomsrecht in het kader van het algemeen belang beperken. De overheid kan uw rechten beperken door gebruik te maken van haar bevoegdheden die voortvloeien uit de Woningwet of de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Eén van die beperkingen is bijvoorbeeld het veranderen van de bestemming van een perceel grond.

Deze beperking is toelaatbaar omdat deze vaak het algemeen belang dient en veelal daardoor noodzakelijk is. Door deze beperkingen kunt u echter wel als particulier schade ondervinden.

Als u schade lijdt of gaat lijden door bijvoorbeeld de bepalingen die zijn opgenomen in het bestemmingsplan, bestaat de mogelijkheid op een vergoeding. Artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt de grondslag voor vergoeding van “planschade”. Planschadevergoeding is de vergoeding die een gemeente betaalt aan een belanghebbende. Artikel 49 WRO: “..indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van de bepalingen van een bestemmingsplan schade lijdt of zal lijden welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende door aankoop, onteigening of anderszins is verzekerd, kent de gemeenteraad hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.”

Om te kunnen bepalen of een belanghebbende in aanmerking komt voor planschadevergoeding dient men twee vragen te beantwoorden. De eerste vraag, is uiteraard óf er sprake van planschade? Als deze vraag bevestigend beantwoord wordt, dan is de vraag aan de orde of deze schade onevenredig is. Zo ja, dan moet die schade aan de belanghebbende worden vergoed.

Bij de eerste vraag dient allereerst te worden vastgesteld dat het gaat om een wijziging van het bestemmingsplan waaraan onherroepelijk goedkeuring is verleend. Of er daadwerkelijk sprake is van planschade, moet worden bepaald door vergelijking van de planologische situatie van de belanghebbende onder het nieuwe bestemmingsplan met de situatie daarvoor in het oude bestemmingsplan. Bij deze vergelijking is het verschil tussen wat er in het nieuwe bestemmingsplan mogelijk is ten opzichte van het oude bestemmingsplan van belang.

Als er vastgesteld is dat er sprake is van planschade, dient de tweede vraag te worden beantwoord. Daarbij komt bijvoorbeeld voor vergoeding in aanmerking: de waardedaling van uw woning of gederfde winst en kan aanspraak worden gemaakt op de wettelijke rente over het schadebedrag.

Voorts geeft artikel 49 WRO aan dat als er op een andere wijze de belanghebbende verzekerd is van vergoeding, er geen recht op een planschadevergoeding bestaat. Voorts speelt bij de vraag of al dan niet ‘ten laste van de belanghebbende de schade dient te blijven’ een grote rol of de schade op een of andere manier voorzienbaar was.

Wanneer schade wordt veroorzaakt door een normale maatschappelijke ontwikkeling bestaat in beginsel geen recht op planschadevergoeding. Zo zal geen schadevergoeding worden toegekend als de verslechtering van de bestemming en de onroerende zaak in het bestemmingsplan, gelet op de structuur van het gebied, in de lijn der verwachtingen ligt of dat de wijziging door de belanghebbende had kunnen worden voorzien. Laatstgenoemde vindt vaak plaats als op het moment van aankoop van de onroerende zaak al een voorontwerp van het bestemmingsplan van kracht is. Ook het niet inspelen op suggesties van de gemeente kan aan een belanghebbende worden tegengeworpen.

Gelet op het vorenstaande dient u derhalve de (voorgenomen) wijzigingen van het bestemmingsplan nauwlettend in de gaten te houden, waarbij u nu weet dat u (eventueel) aanspraak kan maken op planschadevergoeding. Indien u twijfelt over uw positie in deze, schroom dan niet om uw advocaat te raadplegen