De verdeling van een (huwelijksgoederen)gemeenschap

beheer

Het Nederlandse rechtssysteem kent vele soorten gemeenschappen van goederen. De bekendste is ongetwijfeld de huwelijksgoederengemeenschap. De wet bepaalt dat er een gemeenschap van goederen bestaat vanaf het moment dat het huwelijk is voltrokken, tenzij er huwelijkse voorwaarden zijn overeengekomen. Het is nog steeds zo dat de meeste trouwlustigen niet nadenken over deze mogelijkheid en aldus in gemeenschap van goederen het huwelijksbootje instappen.

De gemeenschap van goederen bevat alle baten en lasten die de beide echtelieden bij het huwelijk hebben ingebracht, alsmede alle baten en lasten die tijdens het huwelijk worden verkregen. Een voorbeeld. De vrouw bezit een eigen woning met een bijbehorende hypothecaire geldlening. Vanaf de dag van het huwelijk vallen zowel de woning als de schuld in de gemeenschap van goederen. Dit bekent dat wanneer de echtgenoten na verloop van tijd besluiten te gaan scheiden en de woning nog steeds in hun bezit is, dat zij beiden recht hebben op de helft van (de waarde van) deze woning. Dit kan soms tot vervelende situaties tot gevolg hebben. Bijvoorbeeld wanneer het huwelijk maar (zeer) kort heeft geduurd.
In de regel valt hier weinig aan te doen.

De gemeenschap van goederen kan op een aantal manieren worden ontbonden. In het geval van een echtscheiding bepaalt de wet dat de gemeenschap is ontbonden vanaf het moment dat de echtscheiding is ingeschreven in het huwelijksregister. Een gemeenschap kan onder andere tussentijds worden ontbonden als één der partijen dat aan de rechter verzoekt.

Nadat de gemeenschap is ontbonden, zal deze moeten worden verdeeld. Deze verdeling kan geschieden in een vorm en op een wijze die partijen juist voorkomt. Een voorbeeld hiervan is het echtscheidingsconvenant dat in een groot aantal van de echtscheidingen wordt opgesteld. In het convenant wordt vastgelegd welke partij welk goed of welke schuld krijgt toebedeeld. Daarnaast worden afspraken gemaakt over de bedragen die als gevolg daarvan over en weer moeten worden betaald.

Als partijen niet tot overeenstemming komen, dan kan de rechter worden ingeschakeld. Op verzoek van partijen bepaalt hij de wijze waarop er verdeeld moet worden of stelt hij zelf de verdeling vast. De rechter dient daarbij rekening te houden met de belangen van partijen.

De rechter is vrij in zijn oordeel over de wijze van verdeling. Zo kan hij desgewenst een gedeelte van een bepaald goed aan alle partijen toedelen. Vele goederen zijn echter ondeelbaar, zodat in de regel zal worden bepaald dat ieder der echtgenoten een aantal goederen krijgt. Mocht één der echtgenoten hierbij zijn overbedeeld, dan kan de rechter bepalen dat deze echtgenoot de ander echtgenoot een bedrag moet betalen.

Bij de verdeling van een gemeenschap doet zich regelmatig nog een ander probleem voor. Dit probleem is de waardering van het te verdelen goed. Wederom een voorbeeld. Partijen hebben afgesproken dat de auto aan der echtgenoten wordt toebedeeld. Op het moment van de ontbinding van de gemeenschap is deze auto € 20.000,-- waard. Partijen hebben echter nog geen (definitieve) afspraken gemaakt over de verdeling van de totale gemeenschap. Deze verdeling heeft dus nog niet plaatsgevonden. De desbetreffende echtgenoot rijdt vervolgens een jaar in deze auto rond en krijgt een aanrijding waardoor de auto total-loss raakt. De dagwaarde van de auto wordt bepaald op € 10.000,--. Op het moment van de verdeling, die toevallig plaatsvindt daags na de aanrijding, is de waarde van de auto dus nog maar 
€ 10.000,--. Een dikke strop voor met name de echtgenoot die niet over de auto kon beschikken.

De hoofdregel is dat bij een verdeling van een gemeenschap de waarde moet worden genomen die het desbetreffende goed heeft op het moment van verdeling. In het voorbeeld dus € 10.000,--. De Hoge Raad heeft zich meerdere malen uitgesproken over vraagstukken met betrekking tot waardering en verdeling. De Hoge Raad onderstreept steeds de hoofdregel, maar staat uitzonderingen toe wanneer de redelijkheid en billijkheid dat vereisen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheden van het geval. Partijen kunnen bijvoorbeeld afspraken hebben gemaakt over de waardering van een bepaald goed in het eerder genoemde convenant.