De "doorstart" na faillissement

mr. W.A.L.D.I van Slagmaat
mr. W.A.L.D.I van Slagmaat

Het aantal uitgesproken faillissementen van de laatste twee jaren is schrikbarend en voor een deel natuurlijk toe te schrijven aan het zware economische weer waarin zeer veel bedrijven verkeren. Een andere oorzaak van een groot aantal faillissementen ligt in ondeskundig ondernemerschap. In 2003 zijn bijna 9000 bedrijven failliet gegaan. In het eerste kwartaal van dit jaar 2250 bedrijven, een stijging van maar liefst 18% ten opzichte van het eerste kwartaal van 2003. Het aantal failliet gegane bedrijven ligt eigenlijk nog hoger, omdat de particulieren met een eenmanszaak niet in de genoemde aantallen zijn meegenomen. De stijging is ook een direct gevolg van nieuw gestarte bedrijven in de jaren 2000 tot 2003. In die periode waren er maar liefst ruim 220.000 startende ondernemingen.

Soms lezen we in de kranten dat een failliet gegaan bedrijf een "doorstart" heeft gemaakt. Niet zelden hoor ik dan uit diverse hoeken verwijtende geluiden, zoals "het bedrijf is net failliet gegaan en toch doen ze weer zaken". Een doorstart leidt kennelijk tot onbegrip en vaak tot een beschuldigende vinger in de richting van de ondernemer. Zo hoorde ik laatst een schuldeiser van een failliet gegaan transportbedrijf kwaad uitroepen: "het bedrijf is failliet, ik zit met onbetaalde vorderingen en die auto's rijden nog steeds op de weg". Dit, terwijl het bedrijf geen enkel verwijt kon worden gemaakt. De verontwaardiging is natuurlijk terecht als de directie van een failliet gegaan bedrijf zich schuldig heeft gemaakt aan wanbestuur, dat tot het faillissement heeft geleid. Niet mag worden vergeten dat in een dergelijk geval mogelijkheden bestaan om de bestuurder van een bedrijf privé aansprakelijk te stellen. Ik ga het hier niet hebben over bestuurdersaansprakelijkheid. Wel over de doorstart, in een poging het, in sommige gevallen overigens onterechte, onbegrip uit de wereld te helpen.

Als een bedrijf failliet is gegaan, wordt door de rechtbank een curator (in alle gevallen een advocaat) benoemd. De curator heeft onder meer als taak te onderzoeken of schuldeisers een deel van hun vorderingen alsnog betaald kunnen krijgen. Vaak bevinden zich in de boedel van een failliet bedrijf diverse bezittingen, die bij verkoop te gelde kunnen worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan voorraden en inventaris (machines, auto's). Denk verder aan lopende opdrachten, het klantenbestand en de naam van het bedrijf, die, ondanks het faillissement, een bepaalde waarde kunnen vertegenwoordigen. Bij de afwikkeling van het faillissement moet de curator onder meer trachten al deze zaken te verkopen.

Het kan zijn dat een failliet bedrijf beschikt over levensvatbare activiteiten. Neem als voorbeeld een transportbedrijf dat in staat van faillissement is komen te verkeren. Door omstandigheden die geheel niet aan de directie van het bedrijf konden worden toegerekend werd het faillissement aangevraagd door enkele schuldeisers. Het bedrijf beschikte over een trouw klantenbestand. De naam van het bedrijf stond als goed bekend in de markt. Het bedrijf had ongeveer 25 eigen auto's en 50 leaseauto's. Bij het bedrijf waren ongeveer 90 werknemers in dienst. Met behulp van externe financiers treedt de directie vervolgens in overleg met de curator om enkele bezittingen van het failliete bedrijf te kopen: de eigen vrachtwagens, het klantenbestand, de kantoorinventaris en niet te vergeten de naam van het bedrijf. Vanzelfsprekend moet hiervoor een koopsom betaald worden aan de curator. Het is de bedoeling dat de curator tracht om een zo hoog mogelijke prijs te bedingen. Immers, dat geld is onder meer bestemd voor de schuldeisers. Indien de curator en de koper tot overeenstemming komen dan worden de transportactiviteiten van het failliete bedrijf, vaak in afgeslankte vorm voortgezet. Dit gebeurt niet door het failliete bedrijf, maar door een ander bedrijf, een andere B.V.

Omdat de koper ook de naam van het failliete bedrijf heeft gekocht, kan het gebeuren dat kort na de faillietverklaring van het bedrijf, een ander bedrijf, maar met dezelfde naam op de markt actief is. Hierdoor kan het gebeuren dat een transportbedrijf failliet is gegaan en toch vrachtwagens, voorzien van dezelfde naam, op de weg rijden. Dit kan weer leiden tot verwarring bij het publiek. Begrijpelijk, maar naar mijn mening ten onrechte. Er is sprake van een geheel ander bedrijf, maar met dezelfde naam. En voor die naam en natuurlijk voor alle andere bezittingen die van de curator zijn gekocht zal in veel gevallen een aanzienlijk bedrag zijn betaald. De opbrengst van die bezittingen is onder meer weer bestemd om de schuldeisers zoveel te betalen. Tenslotte mag het volgende ook niet worden vergeten: als een bedrijf een doorstart doormaakt, zal een deel van het personeel van het failliete bedrijf vaak bij het nieuwe bedrijf in dienst kunnen treden, waardoor toch een stuk werkgelegenheid behouden blijft. Misschien ligt de oorzaak van het onbegrip bij het publiek wel bij de naam die wij het hebben gegeven: de doorstart.