Aanspraak op achterstallige indexering?

mr. W.A.L.D.I van Slagmaat
mr. W.A.L.D.I van Slagmaat

In nagenoeg elke huurovereenkomst is een jaarlijkse indexering van de huurprijs opgenomen. Deze jaarlijkse indexering kan niet worden aangemerkt als een huurverhoging, maar heeft als strekking het effect van de jaarlijkse geldontwaarding te compenseren. Recentelijk heeft het Gerechtshof Amsterdam de vraag beantwoord of een verhuurder, die jarenlang heeft verzuimd de indexering aan de huurder in rekening te brengen, hier alsnog aanspraak op kon maken.


In eerste aanleg heeft de kantonrechter de vordering van de verhuurder tot veroordeling van de huurder tot betaling van achterstallige indexering (met wettelijke rente vanaf de datum van de aanzegging) en vaststelling van het huurbedrag als ware er geïndexeerd, afgewezen. De kantonrechter was van oordeel dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was dat de verhuurder aanspraak maakt op achterstallige indexering en geïndexeerde huurprijs.

Het Gerechtshof stelde voorop dat de huurovereenkomst voorzag in een automatische indexering van de huurprijs en dat de huurder door deze bepaling te aanvaarden, de verschuldigdheid van de jaarlijkse indexering heeft geaccepteerd, als gevolg waarvan op het overeengekomen tijdstip de geïndexeerde huurprijs de dan geldende huurprijs wordt.

De huurder stelde zich op het standpunt dat hij, bij gebreke van een andersluidende aanwijzing van de kant van de verhuurder, in de veronderstelling verkeerde dat het door hem telkens uit eigen beweging betaalde bedrag, het juiste huurbedrag was. Het Gerechtshof oordeelde dat op grond hiervan bij de huurder niet het gerechtvaardigd vertrouwen heeft kunnen ontstaan dat verhuurder definitief zou afzien eventueel te weinig betaalde bedragen alsnog te vorderen en dat hij genoegen zou blijven nemen met een te lage huur. Het Gerechtshof oordeelde voorts dat voor wat betreft de door de verhuurder gevorderde achterstand geldt dat de stelling van de huurder dat hem de mogelijkheid is ontnomen om op de financiële gevolgen van de indexering te anticiperen, er niet toe leidt dat van onredelijke benadeling van de huurder kan worden gesproken.

Bovenstaande leidde voor het Gerechtshof tot het oordeel dat het de verhuurder vrijstaat om (met inachtneming van de verjaringstermijn) zowel voor het verleden als wat betreft de lopende huur jegens de huurder aanspraak te maken op geïndexeerde huurbedragen.

 

Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.